Mijn sprookje met wrang einde

Mijn sprookje met wrang eindeOp het moment dat ik besloot dat ik graag schrijver wilde worden, had ik direct ook besloten dat er een boek van mij zou uitkomen.
Het zou een dik boek worden met een kaft waarop mijn naam zou staan en daaronder een foto van een mooie dame die de lezer vriendelijk toelacht.
Op mijn achterkant stond mijn verkorte (toekomstige) biografie die ik eigenlijk in mijn hoofd ook al geschreven had.
Ik zag mezelf al achter de katheder staan op de dag van mijn boekpresentatie.
Ik zag ook al de enorme lange rij voor me van mensen die stonden te wachten op mijn signatuur in hun exemplaar van het boek.
Dranghekken waren nodig om de uitzinnige menigte enigszins in bedwang te houden.
De Telegraaf zou koppen : “De meest briljante debuutroman ooit”, en ik zou sneller zijn dan Matthijs van Nieuwkerk wanneer ik naast hem zou zitten in De wereld draait door.
De omstandigheden waren geschapen, nu nog een kleinigheidje: het boek.
Hoe ik te werk moest gaan wist ik nog niet, waar het boek over moest gaan, evenmin, evenals de stijl van het boek en de verhaalvorm.
Vol goede moed kocht ik een boek over het schrijven van romans voor dummies en deed zelfstandig een onderzoek welke elementen een goed verhaal zou moeten bevatten.
De uitkomst van dit onderzoek was lichtelijk voorspelbaar:
1. Er moet minstens één iemand dood gaan, het liefst de hoofdpersoon. Dit kan zonder problemen op de laatste bladzijde, zodat de lezer een heerlijk wrang gevoel krijgt het hele verhaal voor niets gelezen te hebben.
2. Er moet een liefdeslijn door het verhaal heen lopen: jongetje-meisje, jongetje-jongetje, meisje-meisje of meerdere jongetjes en meisjes tegelijk (al spreekt dat laatste een zeer specifieke doelgroep aan), maakt niet uit.
3. Er moeten één of meerdere potjes, in werkelijkheid niet te evenaren, dampende perfecte sex in zitten. Zonder gesteggel op achterbanken van auto’s, discussies over te nat/te droog, te hard/te slap, iets-meer-naar-rechts/links/boven/onder, vieze lakens, afgaande rookalarmen, gebeld worden, kramp of naast-het-matras-schietende-knieën-die-terecht-komen-op-de-houten-lattenbodem.
Ik ging stijlen vergelijken, wat wilde ik/wat past bij mij ?
Een aantal fantasievolle films verder had ik besloten dat ik een sprookje zou schrijven.
Het zou Harry Potter worden, maar dan beter.
Om de 18+ factor uit de vergelijking weg te kunnen strepen zou het een sprookje voor volwassenen worden.Dit gaf mij alle vrijheid.
Er zouden tovenaars in voorkomen, elfjes, trollen en muizels.
Muizels was mijn fantasievolle uitvinding van muizen met vleugels.
Ik heb vele verwoede pogingen gedaan om een verhaal te schrijven maar vele bloedden na een half A4-tje al dood.
Na het neerpennen van de clou of de rode draad was voor mij de lol er af.
Het boek over het schrijven van romans was me te dik, kostte me te veel moeite om het door te ploegen en ligt inmiddels stof te happen bovenop een stapel andere impuls aankopen.
Ook mijn muizels uitvinding werd genadeloos neergesabeld door een vriend die scherp op merkte:”vleermuizen bedoel je”.
De lol was er definitief vanaf en de moed, zin en geduld zakte mij in de schoenen.
Misschien moet ik toch maar geen schrijver worden….
Ik hou het maar bij het schrijven van kleine verhaaltjes en columns.
Misschien kunnen die ooit samengebundeld worden en heb ik alsnog mijn felbegeerde boek, boekpresentatie, signeersessie en biografie met foto op de achterkant