Grijze haren en rimpelvingers

Grijze haren en rimpelvingersIk vind het moeilijk om met gebonden handen te moeten toekijken hoe mijn grootmoeder steeds ouder wordt en moeite krijgt met de meest eenvoudige (dagelijkse) zaken.
Kaartjes kopen bij de NS automaat is een probleem, pinnen wil niet meer vlotten en ze kan in een telefoongesprek soms drie keer hetzelfde vertellen.
Ook kan ze oprecht verontwaardigd zeggen over mijn moeder:”ik heb haar vanochtend gesproken, maar sindsdien heb ik HE-LE-MAAL NIKS meer van haar gehoord”.
Ze ziet niet meer zo goed en valt om de haverklap over stoeprandjes/van trapjes/afstapjes en over automatisch omhoog komende paaltjes (nou zou dat laatste in de familie kunnen zitten: http://www.dennisschraven.nl/weblog/47/er-stond-hier-toch-ergens-.html).
Als ik met haar over straat loop, pak ik haar jas vast om te zorgen dat ze nergens over struikelt bij dreigend ‘gevaar’.
En dan weet ze nog dat ene stoeprandje uit te kiezen waar ik niet over nagedacht heb.
Met de jaren verdwijnen ook steeds meer koffiekoekjes en pepermuntjes in haar tas onder het motto: “voor straks”.
Ook kan ze hardop in een chique restaurant zeggen dat haar prakkie niet te pruimen is, omdat ze niet in de gaten heeft dat de ober naast haar staat.
Het enige wat beter wordt is haar voordring-vermogen.
Het schuin insteken in wachtrijen, omdat er iemand staat te suffen, heeft ze inmiddels tot ware kunst verheven.
Dat buit ik ook wel eens schaamteloos uit wanneer we bijvoorbeeld bij Jan de Groot Bossche Bollen gaan eten. Omdat ik mijn fiets nog op slot moet zetten en ik een kudde grijze koppies richting de ingang zie scharrelen, grijp ik haar behendig ik haar kraag en schreeuw (anders hoort ze het niet): “ga alvast een tafeltje uitzoeken”.
Toch blijft het wel vooral MIJN oma.
De oma waarmee ik regelmatig naar een concert ga en na afloop shoarma of kebab ga eten.
De oma waarmee ik lachend mee in de hondenmand lig als we gestruikeld zijn, toen we maf liepen te dansen.
De oma die me afsnauwt in de kerk tijdens een begrafenis “Kijk voor je!”, omdat ze anders in de lach schiet als we elkaar aankijken. Dit op het moment dat er iemand van het kerkkoor van het podium af lazert en op haar rug ligt met haar benen in de lucht.
De oma waartegen ik hardop tegen kan zeggen in de supermarkt (als ze weer eens van een trapje is gevallen en daardoor mank loopt): “Hé ouwe! Loop eens door, dat duurt uren zo”. Deze humor werd door omstanders niet begrepen.
Ik hoop dat ze nog lang bij me blijft.