De fabeltjes van Arjan Dasselaar (nu.nl)

De fabeltjes van Arjan Dasselaar (nu.nl)Op nu.nl neuzend kwam ik een paar columns van Arjan Dasselaar tegen. Deze beste man schrijft over ICT en recht, echter vind ik de kwaliteit van zijn werk abominabel.
De heer Dasselaar haalt in een column fel uit naar UPC, omdat hij behoorlijk over de zeik was over zijn nierstenen.
Hij gebruikt een zoekopdracht in Google over de UPC administratie als argument voor de arrogante houding van UPC betreft het eigendom van hun eigen kabelnetwerk. (snapt u ‘m ?).
Wanneer de heer Dasselaar het heeft over het “potje jij-bakken” vraag ik me af onder welke steen de heer Dasselaar jarenlang heeft gelegen. Ik verwacht toch iets meer wereldwijsheid van een man met een dergelijke indrukwekkende staat van dienst.

Het wijzen met het beschuldigende vingertje (waar “potje jij-bakken” op slaat) is een ‘trend’ die al jarenlang gaande is in de hele Nederlandse Maatschappij, niet alleen bij de genoemde bedrijven.
De heer Dasselaar draagt als reden aan (dit keer met onderbouwing van een mooi grafiekje) dat de Nederlandse consument nauwelijks bereid is te betalen voor service.
Laat nu net de conclusie van het artikeltje (waar naar verwezen wordt) zijn : ”Betekent dit dat service verlenen niet loont? Nee, natuurlijk niet.”
Hetgeen de argumentatie van de heer Dasselaar weer volledig onderuit haalt.
Niet alleen de argumentatie laat te wensen over, ook de kennis van ICT en de Nederlandse wet. De heer Dasselaar schrijft tenslotte over “ICT en recht”.
In de column over de gekochte pantoffels bij een webwinkel schijnt de heer Dasselaar totaal niet op de hoogte te zijn van de wet Koop-op-afstand, waarmee hij zijn verkeerde pantoffels gewoon kan terugsturen. Het lezen van de algemene voorwaarden van de webwinkel en het uitzoeken van je (bij wet geregelde) rechten kan in je eigen pantoffel-voordeel werken.
In de column waarin hij over de spam-wetgeving spreekt, lijkt de heer Dasselaar wederom niet op de hoogte te zijn van de Nederlandse wetgeving. Het checken van de feiten blijft uit.
De conclusie van de spam-column luidt:
“Failliete ondernemers kunnen immers niet spammen.”
Afgezien dat de heer Dasselaar niet beseft hoe creatief de ondernemersgeest is (faillissement is een relatief begrip), blijft technische kennis ook achter.
Het is namelijk in de meeste gevallen vreselijk lastig te achterhalen wie de spam daadwerkelijk verstuurd heeft, dus ook wie hier juridisch voor vervolgd moet worden. Wederom blijft het checken van feiten uit.

Nu mag de heer Dasselaar net zoveel ICT-er zijn als ik journalist, maar in mijn opinie doe je toch echt iets verkeerd als een leek de kwaliteit en de inhoud van je werk ter discussie kan stellen.
ik vind het ironisch dat de heer Dasselaar zijn pantoffels uit looft voor een “VERIFIEERBAAR verhaal” (laatste paragraaf).
Hypocriet vind ik dat hij politici verwijt een wassen neus te hebben, terwijl hij zichzelf op de borst blijft kloppen dat hij van feiten houdt: “omdat we bij NU.nl van feiten houden”.
Schrijnend vind ik dat de heer Dasselaar werkzaam is als docent journalistiek aan de Rijksuniversiteit van Groningen (ik check feiten wel).
Er zijn dus studenten in Nederland die bij hem in de leer gaan om slappe verhaaltjes te produceren.
Misschien zit er toch meer waarheid in dit spreekwoord dan je zou denken: “De beste stuurlui staan aan wal”. Mag je zelf bepalen op wie dit van toepassing is.

Grijze haren en rimpelvingers

Grijze haren en rimpelvingersIk vind het moeilijk om met gebonden handen te moeten toekijken hoe mijn grootmoeder steeds ouder wordt en moeite krijgt met de meest eenvoudige (dagelijkse) zaken.
Kaartjes kopen bij de NS automaat is een probleem, pinnen wil niet meer vlotten en ze kan in een telefoongesprek soms drie keer hetzelfde vertellen.
Ook kan ze oprecht verontwaardigd zeggen over mijn moeder:”ik heb haar vanochtend gesproken, maar sindsdien heb ik HE-LE-MAAL NIKS meer van haar gehoord”.
Ze ziet niet meer zo goed en valt om de haverklap over stoeprandjes/van trapjes/afstapjes en over automatisch omhoog komende paaltjes (nou zou dat laatste in de familie kunnen zitten: http://www.dennisschraven.nl/weblog/47/er-stond-hier-toch-ergens-.html).
Als ik met haar over straat loop, pak ik haar jas vast om te zorgen dat ze nergens over struikelt bij dreigend ‘gevaar’.
En dan weet ze nog dat ene stoeprandje uit te kiezen waar ik niet over nagedacht heb.
Met de jaren verdwijnen ook steeds meer koffiekoekjes en pepermuntjes in haar tas onder het motto: “voor straks”.
Ook kan ze hardop in een chique restaurant zeggen dat haar prakkie niet te pruimen is, omdat ze niet in de gaten heeft dat de ober naast haar staat.
Het enige wat beter wordt is haar voordring-vermogen.
Het schuin insteken in wachtrijen, omdat er iemand staat te suffen, heeft ze inmiddels tot ware kunst verheven.
Dat buit ik ook wel eens schaamteloos uit wanneer we bijvoorbeeld bij Jan de Groot Bossche Bollen gaan eten. Omdat ik mijn fiets nog op slot moet zetten en ik een kudde grijze koppies richting de ingang zie scharrelen, grijp ik haar behendig ik haar kraag en schreeuw (anders hoort ze het niet): “ga alvast een tafeltje uitzoeken”.
Toch blijft het wel vooral MIJN oma.
De oma waarmee ik regelmatig naar een concert ga en na afloop shoarma of kebab ga eten.
De oma waarmee ik lachend mee in de hondenmand lig als we gestruikeld zijn, toen we maf liepen te dansen.
De oma die me afsnauwt in de kerk tijdens een begrafenis “Kijk voor je!”, omdat ze anders in de lach schiet als we elkaar aankijken. Dit op het moment dat er iemand van het kerkkoor van het podium af lazert en op haar rug ligt met haar benen in de lucht.
De oma waartegen ik hardop tegen kan zeggen in de supermarkt (als ze weer eens van een trapje is gevallen en daardoor mank loopt): “Hé ouwe! Loop eens door, dat duurt uren zo”. Deze humor werd door omstanders niet begrepen.
Ik hoop dat ze nog lang bij me blijft.

Ilse de Lange – Miracle (vertaling)

Ilse de Lange - Miracle (vertaling)Ik plaats een slot op deze deur
Hij is gedeukt, verroest en vuil
Hij heeft al heel wat leed doorstaan
maar heeft mijn leven goed bewaakt
Lees de woorden van zijn kleur
en kijk verder dan de kleur alleen
Er is toch meer dan je verwacht
in de blauwe ogen van de deur
Ik had toch daarom nooit gedacht
Dat wanneer de liefde naar je lacht
Zich uit dat in zwart en blauw
Alleen al door te kijken naa-aar jou
Je plaatst mij op nieuw terrein
Waar ik eerder niet wilde zijn
Ik weet dat niemand echt vol leeft
Als je niet ontvangt wat jij nu geeft
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen als ik mezelf zie, achteraf
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen
Wonderen
Wonderen
Ik heb geleefd met een grote muur
Waar ik achter schuilde uur-na-uur/overstuur
Ondanks harde wind de muur hield stand
ik stikte bijna aan de schaduwkant
In jouw sterke arm huist nu mijn hart
Met een grote deur in blauw en zwart
En staat nu open voor de wind
Ik voel me als een zondagskind
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen als ik mezelf zie, achteraf
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen
Wonderen
Wonderen
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen als ik mezelf zie, achteraf
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen als ik mezelf zie, achteraf
Wonderen als ik mezelf zie
Wonderen als scherven met al mijn gezichten
Wonderen
Wonderen
Wonderen
Ik plaats een slot op deze deur
Hij is gedeukt, verroest en vuil
Hij heeft al heel wat leed doorstaan
maar heeft mijn leven goed bewaakt