Patient

PatientEr wordt aangebeld. Ik doe de deur open: “bent u de patiënt ?”.
Een moment twijfelde ik, want ik was het niet gewend om met patiënt aangesproken te worden.
Ik was nog nooit patiënt geweest en ineens bij het openen van mijn deur was ik dus patiënt.
Ten eerste vind ik ‘patient’ een onpersoonlijke benaming.
Ten tweede vind ik het een soort statusvertoning die medici graag aannemen om hun eigen positie veilig te stellen: ”kijk ik heb WEL gestudeerd”.
Ik beredeneerde dat ik eigenlijk ik mezelf tot patiënt gebombardeerd heb op het moment dat ik de telefoon pakte en de noodarts belde. Ik beaamde daarom de vraag van de arts in kwestie met: “ja, ik ben de patiënt”.
Het was een half uur eerder dat ik benauwd door hevige pijn in mijn borst wakker werd en niet wist waar ik het zoeken moest.
Ik kon niet ademen, omdat wat ik in-of-uit-ademde zoveel pijn deed dat ik het wel uit mijn hoofd liet om door te ademen.
Uit het raam hangen en een glaasje water waren tevergeefs geweest.
Nadat de artsen over, door en langs een hoop puinzooi gemanoeuvreerd (ik had ook moeten opruimen – ineens flitsten de woorden van mijn grootmoeder door mijn hoofd: dat je altijd een schone onderbroek aan moest trekken, want stel je komt in het ziekenhuis terecht) waren om mij te onderzoeken, kwamen de vragen:
-Wie is je huisarts ? Geen idee, ik kom er nooit
-volg je een dieet ?
-slik je medicijnen ?
-heb je gevlogen/recent op vakantie geweest ?
-heb je gedoken ?
-wat is je pin-code ?
-zijn er hartkwalen in de familie ?
-ben je ziek geweest ?
-ben je allergisch voor pleisters ? Ik weet niet wat u allemaal van plan bent, maar zoveel ouwehoer ik toch niet ?
De dienstdoende arts constateerde dat het beter was om mij in het ziekenhuis van onder tot boven eens te laten doorlichten.
Daar lag ik om 6uur ’s ochtends op een brancard in een ambulance.
Ik keek verwonderd om me heen : ik had nooit een echte ambulance van binnen gezien.
Binnen 30 seconden hadden de ambulanceurs een overdaad aan kabels, slangetjes, zuignapjes, naaldjes, draadjes, buisjes, tankjes, infuusjes aangesloten op mijn lichaam.
Met een beetje fantasie leek ik Frankenstein, wat nog ontbrak was dat ik omhoog zou komen met een stoïcijnse blik, met mijn armen vooruit en een zachte, lage, spookachtige toon uit zou brengen.
Het had niet veel gescheeld of men had mij een UTP-kabel in mijn achterste gestoken opdat ik zelfstandig kon internetten.
Ik wordt overhoord met hetzelfde lijstje: “wie is je huisarts ?”, “volg je een dieet ?”, “ben je ooit in Amsterdam geweest ?” …..
In de eerste hulp snapte ik pas waarom je patiënt heet. Het is afgeleid van het Engelse woord ‘patience’, wat geduld betekent. ‘to be patiënt’: geduldig zijn, oftewel patiënt zijn.
Ik wordt nogmaals overhoord met het zelfde lijstje: “wie is je huisarts ? ”, “volg je een dieet ?”, “wat vind je van Albert Verlinde ?” …..
Ook wordt nogmaals bloed afgenomen en wordt er een hartfilmpje gemaakt.
Hartfilmpje vind ik trouwens een misleidend woord. Ik denk bij een ‘hartfilmpje’ aan videocamera, televisie, videobeelden, dvd menu, copyright waarschuwingen e.d., maar niets van dat alles. Men plaatst een soort mechanische octopus op je lichaam met 8 zuignappen, het hartfilm-maak-ding (de camera ???) begint te zoemen en klaar is kees.
Na 6 uur vertoeft te hebben op de eerste hulp wordt per rolstoel naar de cardiologie afdeling getransporteerd, waar men opnieuw begint met “wie is je huisarts ?”, “volg je een dieet ?”, “wat is er deze week in bonus bij Albert Heijn ?” …..
Ik wordt onderscheiden met een kastje in een zakje, een soort GPS systeem voor patiënten waarmee men mij in de gaten kan houden.
En dan maar afwachten, niks doen, lantefanteren, televisie kijken, klein stukkie lopen.
Ik beweeg me voort als een oude vent van tachtig: kortademig, stapje voor stapje, voorover gebogen en benauwd.
Ik lig op de Chest Pain Unit met allemaal grijze koppies.
Zes hartfilmpjes en zes uur verder komt de verlossende mededeling: “je mag naar huis”.
Ik heb een ontsteking hartzakje. Dat een soort vlies om het hart.
Vanwege het verkleinwoord ‘zakje’ klinkt het minder ernstig en minder pijnlijk. Het eerste was een opluchting, het tweede moet ik ten stelligste ontkennen.
Het is lastig uit te leggen, hoe pijnlijk deze aandoening is. Als ik moet niesen, hikken, geeuwen of boeren, springen de tranen me in de ogen.
Je kunt het krijgen van een virusinfectie en schijnt in de voetballerij en hardloopwereld regelmatig voor te komen, vooral nadat men met koorts op bed heeft gelegen (en ja, ik was de week ervoor inderdaad ziek en ja, ik ben de volgende dag gewoon gaan dansen).
Ik ben veroordeeld tot mijn bed. Ik moet ook rechtop slapen, want liggen is te pijnlijk en te benauwd.
En nu maar wachten tot het overgaat, met veel geduld …. I am (a) patient.

Carnavalslied: patat met appelmoes

Carnavalslied: patat met appelmoescouplet 1
Laatst ging ik eens uit eten
en nam mossel uit de zee
die dingen open krijgen
nou dat valt toch heus niet mee
Je moet ook heel goed kauwen
anders krijg je al snel spijt
want als je op je kop gaat staan
het zo naar buiten glijdt (langzaam)
refrein
Geef mij [pep,pep] maar patat met appelmoes
Pa-tat met appelmoes
Pa-tat met appelmoes
Geef mij [pep, pep] maar patat met appelmoes
Of zo’n lekkere tompoes
Of een grote slagroomsoes
Geef mij [pep,pep] maar patat met appelmoes
Patat met appelmoes (langzaam over de maat heen)
couplet 2
alles wat toch groente heet
is mij nou te gezond
als het in de frietpan kan
eet ik mijn buikje rond
Als ik toch sla moet eten
wordt ik snel een chagrijn
ik hoef niet meer te groeien
en ik ben toch geen konijn
brug:
alles wat ik lekker vind
bezing ik in dit lied
er is gewoon niets lekkerder
dan appelmoes met friet (langzaam)