Anna Druup van de Kerkenhuus

Anna Druup van de KerkenhuusAnna was enig kind en woonde samen met haar vader in een klein boerderijtje buiten de rand van een klein dorpje op het Brabantse platteland.
Ze groeide op zonder moeder, hetgeen in die tijd een doodzonde was, wat er voor zorgde dat ze altijd een beetje uit de toom viel.
Op haar 11e haalde haar vader haar van school af en moest ze als dienstmeisje voor hem de kost gaan verdienen.
Haar vader was alles voor Anna, wanneer dan ook haar vader op jonge leeftijd sterft, was dit een grote klap voor Anna waardoor ze zich volledig van de buitenwereld afsluit tot ongenoegen van de mensen uit het dorp en nog meer voor de mensen in haar directe omgeving.
Anna is in de loop der jaren een verbitterde oude vrouw geworden, die zonder enige aanspraak een eenzaam kluizenaars bestaan leidt.
Ver afgezonderd van alles wat met beschaving of technologische vooruitgang te maken had, leefde ze in een vervallen bouwkeet samen met haar enige hondje dat altijd keffend de weg op rende als er eens bij hoge uitzondering gemotoriseerd verkeer passeerde.
Ze wordt ook wel Anna Druup genoemd omdat ze altijd een druppel aan haar neus heeft hangen. Anna staat in het dorp ook bekend als de heks van de Kerkenhuus, behalve haar kluizenaarsbestaan werd dit imago kracht bijgezet door haar uiterlijke verschijning.
Haar ingevallen langwerpige diep gerimpelde gezicht en haar puntige kromme neus met zwarte pukkel maakten dit plaatje compleet.
Ze had geen tanden meer in haar mond waardoor haar mond ingevallen vallen was en een nogal zure indruk maakte.
Op haar hoofd droeg ze binnenstebuiten gekeerde ijsmuts.
Anna kleedde zich in een soort bruine pij van juten zakken, samengeknoopt en ombonden met een touw.
De enige afwisseling in haar kledij waren de rubber laarzen of klompen, waarmee ze naast de weg liep omdat ze anders zouden slijten.
Met een beetje fantasie zou Anna zo uit het sprookje van Hans en Grietje gestapt kunnn zijn, echter was het romantische peperkoekhuisje een harde, grauwe, aftandse, oranje bouwkeet.
Na het overlijden van Anna’s vader bleef het onderhoud aan boerderijtje waar ze in woonde, uit.
Het typische vooroorlogse boerderijtje met rieten dak heeft de zware novemberstorm van 1962 niet overleefd. Alleen de voorgevel en een stuk dak staat nog overeind.
Onderhoud noch hygiëne waren niet Anna besteed, ze was onverzorgd, riekte naar lichaamsgeur, oud vuil en uitwerpselen van haar zelf, haar hond en de enkele kip die door de bouwkeet heen scharrelde.
Anna leefde van groenten die ze zelf verbouwde op een klein erf bij het huis. Ook winkelde ze bij omwoners, die daardoor deze regelmatig wortels, sla, tomaten, aardappels, hout, eieren en melk misten.
Om te voorkomen dat ze een deel van de oogst vertrapte van de omliggende boeren bedrijven, zetten men regelmatig spulllen voor Anna buiten.
Als kind zijnde dichtten wij Anna allerlei magische toverkrachten toe.
Allerlei sterke verhalen gingen de ronde dat ze schatrijk was en ze al haar geld in de waterput verstopte die voor het vervallen huis stond.
We waren als buurtschoffies mateloos geïnteresseerd in Anna Druup en vonden het bloedstollend spannend als we haar opzochten en ze ons weer eens achtervolgde met de riek.
Het was kerstmis 1997, bewolkt, koud en het miezert een beetje.
Een ambulance parkeert op de Kerkenhuisweg 4. De strenge winterkou heeft zijn tol geëisd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *