Zaterdag

ZaterdagIedere zaterdagmorgen
kom ik voor jou
Om alleen je gezicht te zien
Te zien hoe je ogen twinkelen
In het frisse zaterdagmorgenlicht
Je lach te horen
je mooie engelen stem
“kan ik u helpen ?”
“nee” zeg ik dan
Maar ik lieg
Sterker nog, alleen JIJ kunt me helpen
“ik kijk alleen maar even rond”
Inderdaad, ik kijk alleen maar even rond
Naar jou
Iedere zaterdag morgen
Deze zaterdag morgen
Sta ik hier
En kijk in naar je
Ik moet je aan spreken
Maar ik wil wel, en eigenlijk niet
Je vragen
Ik kan niet, wel
Wat als je “nee” zegt
Ik sterf
Ik moet!
doe het!
Niet!
Wel
De ene zin klink schamper uit mijn mond
Ik kan wel door de grond zakken
Deze zaterdagmorgen
Iedere zaterdag morgen
Droom ik weg
Langzaam wakker worden
Uitslapen is zo heerlijk
Zo heerlijk met jou
Lekker niks doen
En lekker alles doen met z’n twee
armen en benen onwillekeurig gepositioneerd
Je hoofd op mijn kussen
En lippen kusbaar zacht
Kijk ik vol verwondering
Naar de streep licht die zich af tekent
Op de mooie rondingen
van de zaterdagmorgen

Dawn Of The Dead

Dawn Of The DeadGisteren was de film Dawn Of The Dead op televisie.
Ik herinner me nog goed dat ik in het Arnhemse Rembrandt theater (zonder de aankondiging gelezen te hebben) op goed geluk de filmzaal in stapte.
Het is een moment dat ik niet zo snel meer zal vergeten.
Net zoals het (beetje-jammer)-moment [hoor de ironische ondertoon] dat ik de film Dinosaur binnenstapte in de hoop een goede educatieve animatiefilm te zien. Die illusie heb ik volgehouden tot de eerste dinosaurus zijn muil opentrok en er een bekakt Goois accentje de wereld in werd geholpen.
(Ik had ook eigenlijk 1+1 op moeten tellen: ik de middagvoorstelling genomen en er waren drommen kinderen toegestroomd).
Ter verheldering: het betrof een brontosaurus, hetgeen de grootste dino was die geleefd heeft met afmetingen van 5 bij 25 meter (en komt niet uit het Gooi).
Bij een film als Dawn Of The Dead zitten de makers zich te verkneukelen op het gegeven hoe ze de meest gore scènes met zoveel mogelijk bloed en losgerukte ledenmaten (al dan niet met kettingzaag ontdaan van de menselijke corpus) zo a-flatteus mogelijk in beeld kunnen brengen.
Ondanks ik niet bepaald fan ben van dit soort films en er een beetje besmuikt om moet lachen, zijn dergelijke doomscenario’s zoals in Cloverfield, Dawn Of The Dead, Day Of The Triffids (een van de weinige boeken van mijn lijst die ik WEL gelezen heb) of I Am Legend niet onwaarschijnlijk.
Dat een keer een dodelijk virus om zich heen grijpt (zie de Mexicaanse griep) of een meteoriet op de aarde koerst (en alles wegvaagt wat er rondloopt) is statistisch gezien 10 keer groter dan dat ik morgen in een vliegtuig stap en neer stort.
Ander voorbeeld: we hebben ons de afgelopen jaren zo afhankelijk gemaakt van internet dat we ons niet meer kunnen voorstellen hoe het zonder moet.
Grote internationale bedrijven leven bij het gebruik van internet, niet alleen websites, maar ook voor bijvoorbeeld gegevensuitwisseling.
Het zal me niet verbazen als binnen nu en 10 jaar iemand het internet lam legt.
Door een DOS-attack (Denial Of Service) krijg je nog steeds de dikste servers op z’n gat.
Als iemand een bommetje op Amsterdam gooit en de Amsterdam Internet Exchange onderuit haalt, zit waarschijnlijk half europa zonder internet.
Dit lijkt misschien allemaal fantasievol geklets in de ruimte, maar bedenk je dat nog steeds ieder jaar met oud en nieuw het telefoonnetwerk plat ligt.
Zoiets kleins als een stroomuitval (van een paar weken geleden) is men dermate in paniek dat bellen op dat moment onmogelijk was.
Op zo’n moment komt de ver-van-je-bed-show ineens naast je in je warme bed liggen.
Dan is het je-druk-maken-of-Dirk-Scheringa-wel-bij-AZ-mag-aanblijven ineens niet zo belangrijk meer.
Ter afsluiting een geruststelling voor het slapen gaan: ik acht de kans dat mensen in een dergelijk rampscenario in zombies veranderen en mekaar opvreten toch redelijk klein.
Indien toch, zorg dat je kettingzaag geslepen is!

Snikkelheet

SnikkelheetIk ben een persoon die graag frisse lucht heeft en bij mij staan dan ook veelal de ramen open. Dat is de zomer geen probleem, maar in de winter hangen al gauw de ijspegeltjes aan je neus.
Een paar dagen geleden was het moment aangebroken dat het te koud werd om de ramen open te doen en zelfs zo koud dat ik de verwarming moest inschakelen.
Ik draai mijn foeilelijke, 3 maal overschilderde, jaren-tachtig thermostaat op 20 en zit na een uur nog te blauwbekken achter mijn computer met stijve vingers dat het aanslaan van toetsen niet meer naar behoren lukte.
Ik controleer de verwarming en zie dat deze niet brandt. Thermostaat op 25 niets, 30 niets, en op 35 begint het apparaat rustgevend te zoemen.
Dit was achteraf gezien niet de meest verstandige actie.
Binnen 10 minuten heb ik het zo heet dat ik de thermostaat terug draai.
begin te strippen naar een normale hoeveelheid kleding (ik had door de kou 2 broeken, 2 sokken en 3 truien over elkaar aangetrokken).
Ik verwonder me na een uur dat het nog zo lang warm blijft.
Al badend in het zweet wordt ik meerdere malen midden in de nacht wakker met een enorme droge bek, keelpijn en last van mijn neus.
Pas in de ochtend tel ik alle feiten bij elkaar op en besef dat het nog steeds bloedheet is in mijn woning: de kachel blijft draaien.
De thermostaat staat echter op 5 graden, dus hij zou uit moeten staan.
Niet dus!
Op dat moment bedenk ik me dat het beestje zonder thermostaat geen signaal krijgt, dus ook niet aan kan springen.
Met de draden uit de thermostaat leidt het beest alsnog zijn eigen leven.
Help, mijn verwarming is op hol geslagen!
“It’s alive!!!”
Ook het deskundig oog van pappie biedt geen soelaas.
Eenmaal de woningbouwverenging ingeschakeld verklaart de monteur het beestje total loss: “de pomp is dood, expansievat kaduk, overbrenging naar de haaien, thermometer naar de sjaak, de verdeler gaar, de printplaat naar de rams, en het schakelmechanisme hopeloos overleden” (en oh ja, hij heeft er geen onderdelen meer voor).
De bewoording van de monteur laat weinig ruimte voor interpretatie over.
Het is een aflopende zaak, vechten tegen de bierkaai.
Ik zal afscheid moeten nemen, onze wegen scheiden zich, mijn dierbare vriend.
Ik moet nu back-to-basic: wil ik warme dingen, schakelaar AAN; wil ik geen warme dingen, schakelaar UIT.
Als ik sta af te wassen of te douchen is het gelijk snik(kel)heet en ben ik verplicht Russisch te ventileren (verwarming aan, raam open), want je loopt weg (laat ik het zo zeggen: je gaat voor je plezier op het balkon staan).
Ach, en back-to-basic heeft ook wel wat! Het is zo lekker simpel!
Waren meer dingen in het leven maar zo simpel, vrouwen bijvoorbeeld: wil je er iets van: AAN, wil je er niks meer van: UIT!

Oost, West, As best

Oost, West, As bestDe heren in zwart-wit pinguïn gestoken,
haren ordelijk op hun schedeldak geplakt.
Dames in zwart, laag uitgesneden decolleté,
netjes gehoed, hoedjes genet en hoog gehakt.
Door een plakje cake familie weer herenigd
De situatie predikt verdraagzaamheid
Over de dode niets dan goeds gesproken
Ik wil dat er telkens iemand overlijdt