Introductieziek – Part II : insomnia

Introductieziek - Part II : insomniaIk ben blij dat ik niet meer mee hoef te doen aan de studie introductie onzin. Al die stupide ontgroeningen van studentenverenigingen en hogescholen.
Dat is exact de reden dat ik nooit bij een studentenvereniging heb gezeten.
Ik ben blij dat ik nu op een volwassen opleiding heb gekozen met volwassen mensen, gelukkig krijg ik dit soort kinderachtige geintjes niet meer voor mijn kiezen.
Waar is trouwens al dat vernederen goed voor ? Ter compensatie van het geleden leed van de huidige tweedejaars van het jaar ervoor ?
Ik pas er voor om me te laten vernederen om iemands ego te strelen.
Pling-plong: email. “De introductie begint op ….”
Nee!
Je verzint het niet!
Ik heb in mijn vorig schrijven al onthuld dat niet zo happig ben op introducties met blijven-slapen tot gevolg.
De oorsprong hiervan zit echter toch nog dieper: buiten de deur slapen heb ik altijd vreselijk gevonden.
Ten eerste eerste : je vergeet altijd iets!
Bij voorkeur iets wat je heel hard nodig hebt, je tandenborstel bijvoorbeeld.
Ten tweede al het feit dat je in een andermans nest moet slapen. Dat kan ik gewoon niet, ik lig uren wakker en heb altijd last van mijn rug vanwege het feit dat de desbetreffende slaapinstelling de goedkoopste variant matras ‘sleupneutgeud’ voor een paar knaken van Ikea afhandig gemaakt heeft.
Ik wil gewoon in mijn eigen nest meuren in plaats van zo’n ruftig luchtbed.
Door het luchtbed voel je altijd de harde ondergrond.
Ik lig altijd te woelen en door het omdraaien is de slaapzak net een dwangbuis geworden: het heeft allerlei lichaamsdelen in de knoop gelegd.
Je luchtbed loopt altijd leeg met als gevolg dat je het midden in de nacht met je suffe hoofd weer moet gaan oppompen, om vervolgens het commentaar van anderen aan te horen dat ze niet kunnen slapen omdat het zoveel herrie maakt.
Ik vraag dan altijd of ze een handje geruisloos willen meehelpen, maar dan kunnen ze ineens spontaan de slaap wél vatten.
En heb je na het verorberen van een regiment slaappillen waar Michael Jackson jaloers op zou zijn geweest, eindelijk je insomnia overwonnen en net strak een uur je ogen dicht gedaan: “goede morgen!”
Goede morgen ? Het is 6 uur! Het is nog nacht!
De enige ‘morgen’ die ik kan ontdekken is de ‘morgen’ in de definitie van dat het na 23:59u gisteren is!
En ‘goede’ al helemaal niet. Ik heb de hele nacht liggen creperen op zo’n stupide luchtmatras waar ik rugpijn van heb, in de slaapzak heb ik het koud gehad en ben daardoor nu zo stijf als een strijkplank.
Wil je me helemaal woedend krijgen moet je de fameuze woorden uitspreken: “’s avonds een vent, ’s morgens een vent”.
Ik wil bij deze benadrukken dat ik van nature geen ochtendhumeur heb!
Ik wil ook gewoon mijn eigen geprepareerde voedsel kunnen nuttigen en niet dat el-cheapo astronautenvoedsel dat nergens naar smaakt.
Dan heb je een hele dag (ik noem bijvoorbeeld survival op de middelbare school) met een 10 kilo zware rugzak door de Ardennen heen gesjokt (terwijl ze gewoon een auto hebben), krijg je als dank een smerig prakkie voorgeschoteld.
Het avondeten behoort tot het hoogtepunt van de dag, een bekroning op je geleverde werkzaamheden en inspanning, kortom iets waar je de hele dag naar uitgekeken hebt (en voor hebt afgezien) en dan blijkt het zo’n sneue vertoning te zijn, kortom: je hebt voor niets ‘overleefd’.
Ik ben geen held in de keuken, maar ik ben Herman den Blijker vergeleken met het armzalig aftreksel hetgeen onder de noemer ‘eten’ bij je naar binnen geschoven moet worden.
Je weet wel: piepers zonder zout (“oeps vergeten”), aangebrande piepers, half gare smak omdat het gastankje leeg was (dat is niet door je keel te krijgen).
Ik wil gewoon op mijn eigen pot kunnen poepen en niet aan iemand met mijn broek op de knieën hoeven te vragen of er op een andere plee nog wél schijtlint is.
Gewoon rustig kunnen zitten zonder eerst een halve kilometer toiletpapier op de bril te origamiën, terwijl er ondertussen iemand op de deur staat te rammen met de vraag of je nu éindelijk klaar bent, terwijl je op dat moment nog niet eens bent gaan zitten.
En dan nog iets: het (gezamenlijk) douchen!
Dat heeft niets mijn preutse karakter te maken.
Op de middelbare school vond ik dat al verschrikkelijk: de gymles vond ik leuk, maar zag op tegen het douchen aan het einde van de les.
Ik heb altijd het geluk gehad dat ik wel zweette maar nooit stonk.
Ik douchte liever niet, dat deed ik ’s avonds thuis wel.
Maar je werd verplicht te douchen!
“ga je niet douchen? of ben je zo’n ransaap die niet douchet na het sporten ?”
Waarom gaan mensen er altijd stante pede van uit dat je stinkt na het sporten ?
Nu ik ouder ben is mijn aversie tegen het gezamenlijk douchen nog steeds ongewijzigd.
Het kan mij nog steeds niet bekoren om in zo’n massadouche te stappen met 20 naakte mannen.
Ik heb er gewoon geen behoefte aan om tegen andermans harige tampeloeris aan te koekeloeren.
Of dat iemand aan zijn eigen Donald Duck loopt te friemelen en je vervolgens je een hand geeft om zich voor te stellen (dat is geen geintje, dat is echt gebeurd!).
Het is me ook regelmatig gebeurd dat de doucheruimte zo smerig was, dat ik bang was dat ik van het gebruik nog smeriger werd dan van onthouding.
Van die doucheruimtes dat de bacterie koloniën je bij de deur al komen halen.
En als laatste: ik wil gewoon winden kunnen laten in mijn bed, zonder rekening te moeten houden dat ik de rest van de zaal vergas.
Oost, west, thuis slaapt/eet/poept/douchet/ruft het best!
Het ergste vind ik nog dat je voor 3 dagen afzien ook nog betalen!
Ze zouden me geld toe moeten geven: gevarengeld en vergoeding voor de geleden emotionele schade!
Ik heb besloten de opleiding het voordeel van de twijfel te geven en toch te gaan. Als het me niet bevalt, meld ik me gewoon introductieziek.