Stoute Wouterrrr

Stoute WouterrrrJe noemt jezelf minister van Financiën
Niemand die zich aan je stoort
Niet aan je daden of consistentie,
Van je gesproken woord.
Wouter, wat is je woord nog waard ?
Integriteit is voor jou een onbekende
Kun je de woorden nog herinneren:
“Ik word nooit minister onder Balkenende”
Hoe ver laat je ons nog zakken
in dit economische debacle.
Dat niet gedomineerd wordt door kennis
maar door absurd gekakel
Ik heb geleerd van jouw schertsfiguur
dat fouten maken mag.
Als je maar een (lekkere) kont hebt
en een onschuldige lieve lach.

Zoals jij, Brigitte (binnen 10 minuten)

Zoals jij, Brigitte (binnen 10 minuten)Ik zou zoals jou willen zijn,
willen pingelen
Op zo’n ukelele
willen dingelen
Net onder de douche vandaan,
mishandeling van je kinderen,
Andries Knevel,
kun je de ellende iets minderen ?
Er overkomt jou voortdurend
komische narigheid
Allemaal in een voorstelling
van anderhalf uur tijd

Mijn glimlach

Mijn glimlachWanneer ik uit de trein stap en op de roltrap sta van centraal station Nijmegen, loopt naast me een dame de trap op, uitgerust met een door God perfect geschapen bilpartij.
Zichtbaar geamuseerd aanschouw ik gebiologeerd de schoonheid van het frivole spel tussen de linker en rechter flank (hetgeen een streling is voor mijn oog)
Nadat de vlees festiviteiten zich aan mijn oog onttrokken hebben, dwaalt mijn blik af naar de dame achter mij op de roltrap.
Ze kijkt me niet-voor-misinterpretatie vatbaar geïrriteerd aan.
Ik kan het haar niet eens kwalijk nemen.

Mijn liefde voor jou

Mijn liefde voor jouMijn liefde voor jou is met geen pen te beschrijven
Met geen potlood te tekenen en met geen kwast te beschilderen
Had ik nou maar nie
Dyslexie

Ode aan de presentatrice

Ode aan de presentatriceBij binnenkomst was het gelijk al raak
Blonde haren en een prachtig gezicht
Als ik naar je kijk zie ik een eindeloze sterrenhemel
En daarom mijn gevoelens in dit gedicht
Met jou zou ik mijn leven willen delen
Jij bent het voor mij, de ware
Met jou kinderen krijgen, vele
Al geniet je wereldwijde faam
Het enige dat ik vergeten ben,
. . . . is je naam

Introductieziek – Part III : de queeste

Introductieziek - Part III : de queestePling-plong: email van mijn opleiding: “De introductie begint op ….”
Nee!
Je verzint het niet!
De meest opmerkelijke zin is wel “neem een bloemetjesjurk mee”, waarschijnlijk onder het motto: “we vertellen niet wat je gaat doen, maar neem wel je zwemspullen mee”.
Het enige legale excuus om mensen een bloemetjesjurk mee te laten nemen is, om er vervolgens niets mee te doen. Dat zou pas humor zijn, maar ik vrees dat men niet over zoveel humor en zelfspot beschikt.
“wat we precies gaan doen blijft nog geheim”: dat getuigd van een stukje egoïsme en zelfbescherming. Als ze vertellen wat ze gaan doen komt er niemand meer, omdat ze eigenlijk zelf diep van binnen ook wel beseffen dat het niet door de beugel kan.
Waar haal ik een hemelsnaam een bloemetjesjurk vandaan ?
Moet ik naar mijn moeder gaan ? Ze ziet me al aan komen: “mam, heb jij een bloemetjesjurk voor me ?”.
Dan vraagt ze zich op z’n minst af waar ik rond hang op zaterdag avond.
Hoe krijg ik haar dan op een humane manier uitgelegd dat het toch écht voor de introductie is ? En dat ik niet op een of ander Amsterdams travestieten festijn tot drag queen 2009 gekroond wil worden. (Dat handtasjes werpen schijnt nog een sport op zich te zijn).
Kun je een bloemetjesjurk kopen ? Bestaan die nog ? Zo ja, waar ?
In de jaren 70 zal het wel niet zo’n probleem geweest zijn, maar we zijn inmiddels 40 jaar verder.
Ik zie zo vaak mensen over straat lopen waarvan ik denk: “dat kan écht niet”, waar halen die mensen hun spullen vandaan ?
Als ik er een ga kopen … wat zeg ik dan ?
“Ik zoek een bloemetjesjurk”
“Is het voor je vriendin ?”
“nee, voor mezelf”
Bij “bloemetjesjurk” staat de verkoopster waarschijnlijk al te proesten en als ik dan als klap op de vuurpijl onthul dat ie voor mezelf bedoeld is, hebben ze helemaal wat om bij te praten in de kantine in de middagpauze.
Moet ik de brief van de introductie meenemen als bewijsmateriaal ? Alleen dan ligt het er weer zo dik bovenop dat het niet meer geloofwaardig is (dan lijkt het net of ik gisteravond nog even een briefje heb lopen tikken om met een goed excuus aan een jurk te komen).
Nee, ik ben er nog niet uit en zit me nog te beraden op de juiste tactiek.
Waar haal je zo’n ding vandaan ? Welke zelf respecterende winkelketen durft dit (nog) te verkopen?
En op welke afdeling moet je dan zoeken ?
Bij de afdeling van kleding die écht-niet-kan ?
En als ik dan in de winkel sta, moet ik er dan wat bíj kopen om de boel in evenwicht te brengen, zodat het niet lijkt alsof ik ALLEEN voor die jurk ben gekomen. Moet ik ‘m dan net zoals de Speeljongen zo’n beetje wegmoffelen tussen de andere tijdschriften alsof het de normaalste zaak van de wereld is en je elke dag een bloemetjesjurk koopt. En dan afrekenen met mijn gezicht strak in een plooi.
Waar zou ik kunnen kijken ?
Een soort verkoophoerenketen, die alles verkoopt wat los en vast zit, zolang er maar geld mee te verdienen valt.
Een winkel zonder enige vorm van assortimentsgevoel, richtlijn laat staan specialisatie of productkennis.
Zeeman ? Wibra ? Toch zat ik meer aan het kruidvat te denken!
Naast wekkers, snoep, zonnebrandcrème, hoofdpijnpillen, CD’s, speelgoed, foto’s, shampoo, computers, verzekeringen en reizen zullen ze toch vast wel bloemetjesjurken hebben ?
Sinds die toko in handen is van die Chinezen is, zijn ze behoorlijk de weg kwijt geraakt. Mijn hemel wat een zwijnenstal is het daar altijd.
Het doet me altijd denken aan zo’n overvolle turkse bazaar met allemaal tierelantijntjes.
Ze hebben ergens midden in een stad een bult puinzooi gestort, er 4 muren omheen gezet, aan de straatkant een kijkgat gemaakt en er Kruidvat boven geplakt.
Tussen de rotzooi kruipen ergens mensen die zich verkoopster noemen.
Het duurt niet lang meer of ze verkopen deze in de opruiming mee vanwege de economische crisis.
Ik kom er niet graag en ben ook altijd weer blij wanneer ik de winkel uit mag.
Alle verschillende verschillende kleuren en schreeuwende reclames, want van instore promotion zijn ze bij kruidvat ook niet vies: ze laten zich graag sponsoren door een cosmitica boer of pillendraaier.
Volgens mij maak ik me nu drukker om hoe ik aan een bloemetjesjurk kan komen dan om ‘m aan te trekken, gezien we waarschijnlijk met z’n tienen tegelijk in zo’n soepjurk door de binnenstad sjokken en dan het contrast niet meer zo groot is.
Of zal ik me van te voren al ziek melden? introductieziek dan wel te verstaan.

Introductieziek – Part II : insomnia

Introductieziek - Part II : insomniaIk ben blij dat ik niet meer mee hoef te doen aan de studie introductie onzin. Al die stupide ontgroeningen van studentenverenigingen en hogescholen.
Dat is exact de reden dat ik nooit bij een studentenvereniging heb gezeten.
Ik ben blij dat ik nu op een volwassen opleiding heb gekozen met volwassen mensen, gelukkig krijg ik dit soort kinderachtige geintjes niet meer voor mijn kiezen.
Waar is trouwens al dat vernederen goed voor ? Ter compensatie van het geleden leed van de huidige tweedejaars van het jaar ervoor ?
Ik pas er voor om me te laten vernederen om iemands ego te strelen.
Pling-plong: email. “De introductie begint op ….”
Nee!
Je verzint het niet!
Ik heb in mijn vorig schrijven al onthuld dat niet zo happig ben op introducties met blijven-slapen tot gevolg.
De oorsprong hiervan zit echter toch nog dieper: buiten de deur slapen heb ik altijd vreselijk gevonden.
Ten eerste eerste : je vergeet altijd iets!
Bij voorkeur iets wat je heel hard nodig hebt, je tandenborstel bijvoorbeeld.
Ten tweede al het feit dat je in een andermans nest moet slapen. Dat kan ik gewoon niet, ik lig uren wakker en heb altijd last van mijn rug vanwege het feit dat de desbetreffende slaapinstelling de goedkoopste variant matras ‘sleupneutgeud’ voor een paar knaken van Ikea afhandig gemaakt heeft.
Ik wil gewoon in mijn eigen nest meuren in plaats van zo’n ruftig luchtbed.
Door het luchtbed voel je altijd de harde ondergrond.
Ik lig altijd te woelen en door het omdraaien is de slaapzak net een dwangbuis geworden: het heeft allerlei lichaamsdelen in de knoop gelegd.
Je luchtbed loopt altijd leeg met als gevolg dat je het midden in de nacht met je suffe hoofd weer moet gaan oppompen, om vervolgens het commentaar van anderen aan te horen dat ze niet kunnen slapen omdat het zoveel herrie maakt.
Ik vraag dan altijd of ze een handje geruisloos willen meehelpen, maar dan kunnen ze ineens spontaan de slaap wél vatten.
En heb je na het verorberen van een regiment slaappillen waar Michael Jackson jaloers op zou zijn geweest, eindelijk je insomnia overwonnen en net strak een uur je ogen dicht gedaan: “goede morgen!”
Goede morgen ? Het is 6 uur! Het is nog nacht!
De enige ‘morgen’ die ik kan ontdekken is de ‘morgen’ in de definitie van dat het na 23:59u gisteren is!
En ‘goede’ al helemaal niet. Ik heb de hele nacht liggen creperen op zo’n stupide luchtmatras waar ik rugpijn van heb, in de slaapzak heb ik het koud gehad en ben daardoor nu zo stijf als een strijkplank.
Wil je me helemaal woedend krijgen moet je de fameuze woorden uitspreken: “’s avonds een vent, ’s morgens een vent”.
Ik wil bij deze benadrukken dat ik van nature geen ochtendhumeur heb!
Ik wil ook gewoon mijn eigen geprepareerde voedsel kunnen nuttigen en niet dat el-cheapo astronautenvoedsel dat nergens naar smaakt.
Dan heb je een hele dag (ik noem bijvoorbeeld survival op de middelbare school) met een 10 kilo zware rugzak door de Ardennen heen gesjokt (terwijl ze gewoon een auto hebben), krijg je als dank een smerig prakkie voorgeschoteld.
Het avondeten behoort tot het hoogtepunt van de dag, een bekroning op je geleverde werkzaamheden en inspanning, kortom iets waar je de hele dag naar uitgekeken hebt (en voor hebt afgezien) en dan blijkt het zo’n sneue vertoning te zijn, kortom: je hebt voor niets ‘overleefd’.
Ik ben geen held in de keuken, maar ik ben Herman den Blijker vergeleken met het armzalig aftreksel hetgeen onder de noemer ‘eten’ bij je naar binnen geschoven moet worden.
Je weet wel: piepers zonder zout (“oeps vergeten”), aangebrande piepers, half gare smak omdat het gastankje leeg was (dat is niet door je keel te krijgen).
Ik wil gewoon op mijn eigen pot kunnen poepen en niet aan iemand met mijn broek op de knieën hoeven te vragen of er op een andere plee nog wél schijtlint is.
Gewoon rustig kunnen zitten zonder eerst een halve kilometer toiletpapier op de bril te origamiën, terwijl er ondertussen iemand op de deur staat te rammen met de vraag of je nu éindelijk klaar bent, terwijl je op dat moment nog niet eens bent gaan zitten.
En dan nog iets: het (gezamenlijk) douchen!
Dat heeft niets mijn preutse karakter te maken.
Op de middelbare school vond ik dat al verschrikkelijk: de gymles vond ik leuk, maar zag op tegen het douchen aan het einde van de les.
Ik heb altijd het geluk gehad dat ik wel zweette maar nooit stonk.
Ik douchte liever niet, dat deed ik ’s avonds thuis wel.
Maar je werd verplicht te douchen!
“ga je niet douchen? of ben je zo’n ransaap die niet douchet na het sporten ?”
Waarom gaan mensen er altijd stante pede van uit dat je stinkt na het sporten ?
Nu ik ouder ben is mijn aversie tegen het gezamenlijk douchen nog steeds ongewijzigd.
Het kan mij nog steeds niet bekoren om in zo’n massadouche te stappen met 20 naakte mannen.
Ik heb er gewoon geen behoefte aan om tegen andermans harige tampeloeris aan te koekeloeren.
Of dat iemand aan zijn eigen Donald Duck loopt te friemelen en je vervolgens je een hand geeft om zich voor te stellen (dat is geen geintje, dat is echt gebeurd!).
Het is me ook regelmatig gebeurd dat de doucheruimte zo smerig was, dat ik bang was dat ik van het gebruik nog smeriger werd dan van onthouding.
Van die doucheruimtes dat de bacterie koloniën je bij de deur al komen halen.
En als laatste: ik wil gewoon winden kunnen laten in mijn bed, zonder rekening te moeten houden dat ik de rest van de zaal vergas.
Oost, west, thuis slaapt/eet/poept/douchet/ruft het best!
Het ergste vind ik nog dat je voor 3 dagen afzien ook nog betalen!
Ze zouden me geld toe moeten geven: gevarengeld en vergoeding voor de geleden emotionele schade!
Ik heb besloten de opleiding het voordeel van de twijfel te geven en toch te gaan. Als het me niet bevalt, meld ik me gewoon introductieziek.

Introductieziek – Part I : proloog

Introductieziek - Part I : proloogIk loop door het natuurgebied vlak bij het provinciestadje waar ik woon en zie allemaal jonge knapen met oranje T-shirts voorbij fietsen.
Op de T-shirts lees ik dat ze van de opleiding zijn waar ik (gelukkig) al voor afgestudeerd ben : introductie!
Het is een paar dagen later dat ik op weg van de supermarkt naar huis getuige ben van de introductie van de andere hogeschool in de stad: eieren op elkaars hoofd kapot slaan, geblindoekt water doorgeven, vla-gooien.
Dit soort flauwigheid doet mij aan mijn studententijd denken.
De introductie van mijn eerste studie heb ik gedaan omdat ik er twee studiepunten zou krijgen (dit met de gedachte: 3 dagen afzien in ruil voor minder hard werken). Die studiepunten heb ik overigens nooit gekregen, maar dat kan ook te maken hebben met het feit dat ik ‘m voortijdig gepeerd ben.
De reden waarom zal ik nu gedetailleerd uit de doeken doen.
Degenen met een zwakke maag raad ik aan om de volgende alinea over te slaan.
De introductie was (uiteraard) een verkapt zuipfeest. Bij mij is het belangrijkste onderdeel altijd: wat-eten-we-vanavond en de rest van de avond kan me gestolen worden.
Als ware hardcore party animal lag ik als eerste op één oor, waardoor iedereen even kwam kijken of ik al sliep en ik daardoor de slaap niet kon vatten.
Omdat ook de andere hardcore party animals bij mij op de kamer niet konden slapen door het openzwiepen van de deur door mensen die polshoogte kwamen nemen, hadden wij een stapelbed voor de deur gezet om de herrie en het licht te weren.
Dit leek uitstekend te werken, totdat ik wakker werd omdat er iemand aan het bed stond te schudden, maar begreep met mijn slaperige kop (in het donker) niet direct wat er aan de hand was.
Achteraf begreep ik pas dat hij in zijn eentje, met zijn mond vol, probeerde een stapelbed te verplaatsen met 2 man erin: mijn buurman onder, ik bovenin.
Dit lukte niet tijdig genoeg, met als gevolg dat hij de hele bovenbed (met mij erin) als een professionele fontein onder dompelde in een bad van maagzuur, de verorberde barbecue en onverteerd bier.
De niet nader te definiëren zure brokken dropen langs het matras naar de onderetage van het stapelbed.
Van de organisatie kregen ze er als snel lucht van (letterlijk en figuurlijk).
Geen halve maatregelen nemende hebben ze de brandslang ter hand genomen, de kraan open gedraaid en op het bed gezet.
De matrassen en slaapzakken waren drijfnat.
Ik heb de hele nacht niet kunnen slapen want de lucht was niet te harden en ik had het ijskoud (ik was nat).
Iedere keer als ik me omdraaide sopte het matras en werd de benedenbuurman als een soort druipsteengrot getrakteerd op een nieuwe lading water die zich zorgvuldig verzameld had in mijn matras.
Het liefste had ik a la minuut mijn boeltje gepakt, maar we zaten letterlijk ergens in een hutje op de hei in de middle of nowhere.
Ik heb bij het eerste ochtendgloren mijn jas aangetrokken en ben gegaan, mezelf afzwerende dat ik nooit meer een introductie zou doen.
Ik vond twee jaar later nog de opgedroogde stukjes terug in mijn slaapzak.
Voor iemand die lichtelijk aan smetvrees lijdt is dat een big deal.
De introductie van mijn tweede studie heb ik wijselijk geskipped door me heel professioneel af te melden: ik was “ziek”. Heel ziek. Ik was introductieziek.