Plakzak en zweetreet

Plakzak en zweetreetHet is zomer, het is mooi weer.
Het is het mooiste weer wat er bestaat.
De mooiste tijd van het jaar, en ook de leukste tijd van het jaar.
Dit laatste zal ik even uitleggen.
Ik weet niet waar ze vandaan komen, maar ze zijn er opeens, alsof ze de hele winter in een donker holletje hebben geleefd en dit HET teken is om de mooie geschoren beentjes uit dat hoekje van de bovenste plank van die ene hoge kast (waar je eigenlijk nooit komt) vandaan te halen waar ze al die tijd hebben liggen verstoffen en nu aan dat mooie lijfje te schroeven te schroeven om vervolgens door de stad te paraderen met al het moois dat je in huis hebt.
Voor mij is dit ook de tijd van het jaar van chronische nekpijn.
Dit omdat ik iedere keer MOET omdraaien op straat om te ontdekken of de achterkant van de passerende berokte dame in kwestie net zo aantrekkelijk is als de voorkant.
Uiteraard wordt aan de passante een passende puntenwaardering toegekend die ik zorgvuldig bij houd aan de binnenkant van mijn keukenkast om na verloop van tijd statistisch te kunnen bepalen op welke dag ik het meeste kans maak om met een mooie vrouw thuis te komen.
Maar het is ook de tijd van de plakzak en de zweetreet.
Mannen hebben vanwege hun externe genitaliën nou eenmaal last van het feit dat de boel aan de oostkant of westkant (of allebei de windrichtingen) vast plakt door de warmte, kortom: last van plakballen.
Dat is vervelend, maar de heren industriële grootmachten zouden de heren industriële grootmachten niet zijn als ze daar niet iets op gevonden hadden: de string! (bij deze erg jaloers op de dames)
De ballenknijper zorgt voor scheiding tussen been en bal (anti plakzak) en de veter voor absorptie van het klamme naad vocht. (het is eigenlijk een soort grown-up mini sweat pamper).
Het is ook het weer van de lalcoholtrapper.
Mijn ultra hypermoderne hippe moeder die niet weet wie P(r)amela Andersom is, dezelfde moeder die mij iedere keer vraagt: “hoe ging emailen ook al weer”, zegt ineens uit het niets een beetje tussen neus en lippen door “daar rijdt een bierfiets”.
Ik dacht eerst dat ik het niet goed verstaan had.
“Een wat ?”
“Een bierfiets!”
Huh ? What the fuck ? Pardon? Wat lul jij nu stroef ?
Mijn moeder die de Titanic nooit gezien heeft (ik bedoel de film van die boot die dacht dat ie duikboot was… met die met gozer van die Cabrio en chickie WinSlet) weet wat een bierfiets is.
Ik dacht eerst even dat ze er een beetje naast (of ‘langsheen’ zoals ze in Brabant zeggen) begon te praten, totdat ik zuchtend en steunend een paar studenten (waarbij kreten uit de oertijd niet geschuwd worden) onder een groen parasolletje ijverig trappend op een drukke zaterdagmiddag in de binnenstad door een eenrichtingsstraat tegen het verkeer in zag fietsen.
Ik vind het een zeer beschamende vertoning.
Ik verbaas me dan ook direct over het feit dat een stelletje pre-midlife crisises het blijkbaar nodig heeft om met een pilsje achter de kiezen luid lallend door de binnenstad te laveren, omdat ze anders schijnbaar te weinig voldoening in hun leven kunnen vinden.
Ik vind het triest dat sommige mensen een alcohol nodig hebben om zichzelf durven te zijn.
Dan is er toch in je leven iets goed mis gegaan ?
Als je het nodig hebt om jezelf zo te laten gaan, prima, maar val een ander er niet mee lastig.
Het geurt op dit moment ook zo lekker naar zomer: bloemen en planten in bloei (hatsjoe).
Er dwarrelt weer vanalles door de lucht (koeien, stukken oude fietsband) en ik bedank bij deze moeder natuur voor de hooikoorts.
De zomer is eigenlijk ook afzien ook!