Opeens heb je het!

Opeens heb je het!Het is vierdaagse in Nijmegen. De hele nacht rijden er gelukkig treinen zodat ik niet met de auto op en neer hoef.
Na twaalven treinen is nooit mijn favoriet geweest. En ineens wist ik gisteren weer waarom.
Ik kom net over twaalven op het station aan.
Pas over 3 kwartier een trein ?
Er reden toch de hele nacht door treinen ?
Ja, eens per uur!
Dan maar die van over drie kwartier nemen. Die moet ik niet missen, anders zit je een uur te brommen op dat kouwe klotestation.
Ik kan mijn lol niet op: het is een stoptrein!
Dus na drie huizen links: stoppen, weiland rechts: stoppen.
Dit gaat uren duren eer dat ik thuis ben.
Operatie nachtbraken is al in gang gezet, ik nu niet meer terug (in letterlijke en figuurlijke zin).
Er rijdt een trein voorbij die stopt verderop op perron.
Op het perron is het net een kippenhok: schreeuwen, lallen, praten. Het zoemt gewoon.
Ik kijk op het bord. Tussen de eindbestemming en de wijzers van de klok zijn inmiddels de beruchte rode letters verschenen: ‘Vertraging 5 minuten’.
Hoe krijgt de NS het voor elkaar om op dit uur, die ene trein die rijdt, te laat te laten zijn?
Pure onwil als je het mij vraagt.
Of hebben ze afspraken met Servex gemaakt om de horeca op de stations te stimuleren ?
Omdat ik de bui al zie hangen loop ik terug naar Fred’s Frikadelshop (naast Harry’s Hapkar) en neem een patatje mayo met een broodje frikadel (dit laatste is zeer cruciale informatie gezien dit het hoogtepunt van de avond zou worden omdat ik dol ben op frikadellen, het enige wat lekkerder is dan een frikadel, zijn twee frikadellen).
‘Vertraging 10 minuten’
Welja joh, toe maar, ik sta er nu toch!
Is het frikaNdel of frikadel ? Het is toch ook groeteNsoep ? Of was het nu groentesoep ? Er zitten meerdere groenten in de soep, maar zitten er ook meerdere frikannen in een del ? –je begrijpt al, ik had tijd zat om me bezig te houden met dit soort onzinnige vragen-
‘Vertraging 15 minuten’
Welke opstoppingen kunnen er in hemelsnaam zijn ? Het is uitgestorven op het spoor!
Mug met een gebroken poot ? Conducteur verstuikte wenkbrauw ? Inkt in de stempelautomaat is op ? Blaadjes op de rails ?
Inmiddels wordt het kippenhok gekakel gemetamorfeerd door mijn brein in een soort monotoom ruisende gons, die je vast wel herkend van de oorarts : ‘hoort u deze ?’.
Ik vervloek mezelf met een aantal God onterende scheldwoorden dat ik niet met de auto ben gekomen (dat doe ik eigenlijk elke keer als ik met de trein ga), en besluit mezelf niet verder druk te maken en pak mijn boek dat ik heb meegenomen (ja, ik reis vaker met vertraging … uhh … ik bedoel : de NS).
Boven mijn boek geef ik mezelf het spreekwoordelijke klopje op mijn schouder dat ik terug gelopen ben voor het vest, dat ik vergeten was toen ik vertrok. Anderen zijn minder fortuinlijk (reizen waarschijnlijk minder vaak met de trein) en staan inmiddels koukleumend en klappertandend op de trein te wachten.
Eindelijk komt de trein (de trein die al stond te wachten verderop). Ik concludeer hieruit dat de vertraging dus totaal overbodig was, kortom: onwil!
Ik loop naar het einde van het perron (ervaring, zoals gezegd: ik reis vaker met de trein).
Nu wordt het dringen en vechten om een zitplaats. Ik heb er eentje naast iemand kunnen bemachtigen.
En eindelijk, we rijden. Meer progressie dan het afgelopen uur!
Langzaam, heel langzaam gaan we naar het eerste gehucht.
Uit de speaker schalt het net hard genoeg boven het publieke gegons uit: ‘Vanwege overwegstoring rijden we langzamer dan normaal’.
De tijd die volgt duurt tergend langzaam.
Ik prijs mezelf nogmaals om mijn boek, vest en patat actie.
Waar ik minder blij mee ben is het feit dat ik naar het toilet moet, maar er is geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om het toilet in de trein te gebruiken.
Als ik er alleen al aan denk wordt ik besprongen door de bacteriën, daarbij kan de kletterende rails onder die pot kan mij niet bekoren (het leidt af van de werkelijke daad).
Ik wordt nog liever dood gevonden naast een Andre Hazes CD of erger nog: een CD van die twee volendamse nepnichten: Pick & Pimol.
Mijn buurman naast me zit inmiddels te knikkenbollen.
Gehucht na gehucht, dorp na dorp, weiland na weiland, lantaarnpaal na lantaarnpaal (het is stikdonker dus je ziet niet welk station de blauw met gele bus geparkeerd is).
De trein rijdt onvermoeibaar stapvoets verder.
Ik moet nu echt heel nodig naar het toilet en mijn buurman ligt inmiddels tegen me aan een boom om te zagen.
Na elke koe en schaap wordt het gegons in de trein gelukkig minder (omdat volk de trein verlaat) en kan ik stukje bij beetje mijn eigen gedachten weer horen.
Ik kan niet wachten tot ik in mijn warme zachte bedje ligt. Mijn buurman ook niet, want die heeft inmiddels zijn hoofd op mijn linker schouder geparkeerd en ronkt rustig verder.
Boompje, struikje, lantaarnpaal.
Ik moet intussen piesen als een olifant.
Het (hopelijk) laatste gehucht en dan zijn we weer in de grote stad, eindelijk weer bewoonde wereld.
Mijn buurman hangt inmiddels kwijlend boven mijn boek dat ik op schoot heb gelegd omdat hij met ongecontroleerde bewegingen al bijna 2 keer mijn boek uit handen geslagen heeft. Mijn boeklegger is daardoor SPOORloos verdwenen.
Ik ben blij dat ik op het perron sta. Mijn oren tuten van het gegons.
Twee uur na oorspronkelijke aankomsttijd heeft mijn buurman een heel bos gerooid en ben ik op plaats van bestemming.
Het had niet lang geduurd of mijn blaas was uit elkaar geklapt en de schoonmaakploeg had de urine van het raam kunnen zemen.
Het is inmiddels half 3, ik wil nu echt heel graag naar mijn bedje toe.
‘Opeens heb je het! je gaat met de auto!’.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *