Verhuisperikelen (2) – psychische aandoeningen en de 3 maanden regel

Verhuisperikelen (2) - psychische aandoeningen en de 3 maanden regelIk ben vandaag overvallen.
Het was een tragische ervaring waar ik psychisch nog jaren last van zal hebben.
Het beeld van dat moment zal me achtervolgen en bijblijven tot de dood mij scheidt van dit aardse leven.
Uren aan psychische zorg zal nodig zijn om mijn weer leven enigszins dragelijk te maken en me te behoeden voor doodsoorzaken anders dan de natuurlijke dood, te wijten aan zelfinflictie.
Ik ben dan wel niet overvallen door een of andere maffe Harry op straat (of de ‘vrolijke’ buurman beneden mij) met een mes of schietapparaat, maar door rotzooi.
Intens veel rotzooi.
Extreem veel rotzooi.
En schuldgevoel.
Het grijpt me naar de keel, wordt benauwd, wordt bang
Alle ik-kom-je-helpen-beloftes ten spijt, heeft iedereen als het puntje bij het paaltje komt -jammergenoeg- net even wat anders te doen op het moment dat ik een hulpkreet slaak (hoor je de cynische ondertoon ??).
Mijn huis is een rotzooi, mijn hoofd is een rotzooi, mijn leven is een rotzooi.
“Accepteer het maar” zegt iedereen, “het hoort bij een verhuizing”.
Maar ik kan het niet accepteren.
Mijn huis is een puinzooi. Overal dozen, leeggeruimde spullen die ergens neergezet zijn met de gedachte “die moet ik dadelijk ergens opruimen omdat ik ze anders kwijt raak”.
Maar dat heb ik inmiddels bij zoveel spullen gedacht, dat het weer een puinzooi wordt en ik ze nou JUIST kwijt raak..
Ik verdrink in de rotzooi. Als ik terplekke ter aarde zou storten, zou het ambulancepersoneel zich een weg moeten banen door een jungle van rotzooi om een Fort Knox (van dozen waar rotzooi ingepakt is) heen.
Een oerwoud waarin een nietje in je voet bijt van het doosje wat ik liet vallen bij het uitruimen van mijn bureaula (is het je wel eens opgevallen dat die dingen zich weten te verstoppen in de meest onopvallende en donkere plekjes van je huis ?).
Of je in je kuit gegrepen wordt door het schemerlampje dat net niet meer in die ene doos paste.
Of dat je de lianen van de uit-het-plafond-hangende-stroomdraden moet ontwijken van de lamp die je net verwijderd hebt (en die nu op een doos ligt met de intentie om ‘m in de volgende doos op te bergen).
Of dat je je scheen stoot tegen het studentikoze dartbord dat rondslingert, omdat het eigenlijk in geen enkele doos past en ik het niet over mijn hart kan verkrijgen deze bij het vuilnis te zetten.
Ik heb gemerkt dat ik last heb van bewaarzucht.
Voor 23m2 is dat een vervelende aandoening kan ik je vertellen.
Ik wil geen oude rommel meer mee kruien naar mijn nieuwe hut, dus er moet opgeruimd worden.
Ik probeer de stelregel te hanteren: alles wat ik in drie maanden niet gebruikt heb of in de komende drie maanden niet zal gebruiken, gooi ik weg.
Tientallen vuilniszakken met rotzooi heb ik mijn keet uit gekruid (dat is niet overdreven) naar aanleiding van de 3 maanden-regel.
Dit leidt echter voornamelijk tot grote dilemma’s.
Sommige dingen hebben nou eenmaal een sentimentele waarde of er kleeft een schuldgevoel als je ze bij het grofvuil dondert: “deze zijn van je grootvader geweest”.
“Je grootvader heeft deze altijd bewaard om aan zijn kleinkinderen te geven zodat deze er nog wat aan hebben”.
Tot dat alles klaar is moet ik nog hordelopen om aan de andere kant van de kamer te komen, zoeken in welke plastic zak ik mijn sokken ook-al-weer gestopt heb, en moeten vloeken omdat ik met mijn kleine teen tegen de doos aanschop die ik net verzet heb om mijn sokken te kunnen pakken.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *