Verhuisperikelen (3) – over kabouters, rotzooi en pleisters

Verhuisperikelen (3) - over kabouters, rotzooi en pleistersEén van de nadelige effecten van verhuizen is het feit dat je alles kwijt bent.
Eén van de voordelen van verhuizen is het feit dat je alles kwijt bent.
Dat laatste moet ik nader verklaren.
Het verplicht je namelijk tot niets: niet opruimen bijvoorbeeld (je bent tenslotte verhuisd en hebt nog zoveel te doen), of als je iets kwijt bent kun je zeggen: “ik heb het ingepakt”, of als iemand iets van je wil hebben “sorry, het zit nog ingepakt en weet niet waar”.
En als je iets vergeet kun je zeggen: ”het was zo druk met verhuizen, helemaal bij in geschoten” of “ik heb er nog geen tijd voor gehad”.
Je hebt VERHUIZINGS-KWIJT in 3 vormen, te weten:
1) kwijt, ik weet niet waar het gebleven is
2) kwijt, shit ik heb het weggeflikkerd
3) kwijt, maar ik weet zeker dat ik het ingepakt heb.
Dat laatste is het ergste, want boven op het feit dat je jezelf voor je kop slaat dat je niet meer weet waar je iets gelaten hebt, begin je ook nog eens aan jezelf te twijfelen.
Ik ben bijvoorbeeld mijn dwijlding-op-stok kwijt. Om precies te zijn: de stok. Het dwijlding heb ik, inclusief het afgebroken haak mechanisme (lang leve plastic zooi van de Blokker).
Het valt onder categorie 1. Ik twijfel ernstig of ik het ding überhaupt wel heb meegenomen en niet weggedonderd heb (met mijn 3 maanden theorie) in een verwoede poging om door de immense rotzooi heen te ploegen.
Zo ben ik ook het verband en pleisters kwijt.
Daar kwam ik achter toen ik aan het opruimen was en het zuigmondje op de kruimeldief wilde zetten.
Het plastic hoort klik te zeggen, maar zegt geen klik, dus ik zet meer kracht … schiet de deksel met zijn scherpe rand langs mijn rechter wijsvinger.
Pijn doet het niet, maar het is wel even schrikken want de vellen hangen er aan.
Ondertussen ben ik op zoek naar de betadine en pleisters (just to be sure).
Maar waar had ik die ook alweer gelaten ?
In die ene bak.
Dan doet gelijk vraag 2 zich aan: waar is die ene bak ?
Die heb ik na enig Sherlock Holmes achtig speurwerk eindelijk gevonden, maar er zit niet in wat ik zoek.
Intussen sjouw ik met een hevig bloedende vinger door de hut heen, maar daar kom ik pas later achter.
Op moment-suprême heb je niet door dat je bloed.
Ik zie nu dat ik als klein duimpje een spoor van bloed heb achter gelaten.
Op de vloer, tegen de keukenkastjes, tegen de deur (klink vastpakken) en aan de kraan.
Bij gebrek aan fatsoenlijk bloedstollend materiaal, dan maar keukenpapier.
Nu kan ik op mijn gemak zoeken. Zowel de pleisters als de betadine zaten in de bak waar ik net ook al gekeken had, maar waarschijnlijk overheen keek.
Dat kan 2 dingen betekenen:
a) mannen kunnen niet zoeken
b) de kabouters hebben het heel snel terug gelegd.
Het tweede argument vind ik wat plausibeler en herinner me er aan volgende keer beter op te letten, want ik hou niet zo van proletarisch winkelende sprookjesfiguren.
(mijn vinger is nu een imitatie van rood kapje).
Heb je dat ook wel eens dat je aan het zoeken bent en dat je op een gegeven moment niet meer weet waar je naar op zoek bent ?
En je je vervolgens beseft dat je eigenlijk nutteloos tussen rommel loopt te graaien ?
Nu had ik dit keer een ongestelde vinger die me hielp herinneren.
Gelukkig heb ik nog geen incidenten gehad waar ik kilometers verband aan moest slijten, want het verband ben ik namelijk ook kwijt.
Het is typisch spul dat haal je in huis in de hoop dat je het nooit nodig hebt.
Ik ben ook blij dat ik erachter kom met een klein huishoudelijk stofzuiger ongelukje dat ik nog first-aids spullen in huis moet halen.
Door de chaos, ben ook nog eens mijn geheugen kwijt. Ik ben vreselijk vergeetachtig op dit moment.
Uhhh waar was ik mee bezig ?
Weet niet.
einde ???

Opeens heb je het!

Opeens heb je het!Het is vierdaagse in Nijmegen. De hele nacht rijden er gelukkig treinen zodat ik niet met de auto op en neer hoef.
Na twaalven treinen is nooit mijn favoriet geweest. En ineens wist ik gisteren weer waarom.
Ik kom net over twaalven op het station aan.
Pas over 3 kwartier een trein ?
Er reden toch de hele nacht door treinen ?
Ja, eens per uur!
Dan maar die van over drie kwartier nemen. Die moet ik niet missen, anders zit je een uur te brommen op dat kouwe klotestation.
Ik kan mijn lol niet op: het is een stoptrein!
Dus na drie huizen links: stoppen, weiland rechts: stoppen.
Dit gaat uren duren eer dat ik thuis ben.
Operatie nachtbraken is al in gang gezet, ik nu niet meer terug (in letterlijke en figuurlijke zin).
Er rijdt een trein voorbij die stopt verderop op perron.
Op het perron is het net een kippenhok: schreeuwen, lallen, praten. Het zoemt gewoon.
Ik kijk op het bord. Tussen de eindbestemming en de wijzers van de klok zijn inmiddels de beruchte rode letters verschenen: ‘Vertraging 5 minuten’.
Hoe krijgt de NS het voor elkaar om op dit uur, die ene trein die rijdt, te laat te laten zijn?
Pure onwil als je het mij vraagt.
Of hebben ze afspraken met Servex gemaakt om de horeca op de stations te stimuleren ?
Omdat ik de bui al zie hangen loop ik terug naar Fred’s Frikadelshop (naast Harry’s Hapkar) en neem een patatje mayo met een broodje frikadel (dit laatste is zeer cruciale informatie gezien dit het hoogtepunt van de avond zou worden omdat ik dol ben op frikadellen, het enige wat lekkerder is dan een frikadel, zijn twee frikadellen).
‘Vertraging 10 minuten’
Welja joh, toe maar, ik sta er nu toch!
Is het frikaNdel of frikadel ? Het is toch ook groeteNsoep ? Of was het nu groentesoep ? Er zitten meerdere groenten in de soep, maar zitten er ook meerdere frikannen in een del ? –je begrijpt al, ik had tijd zat om me bezig te houden met dit soort onzinnige vragen-
‘Vertraging 15 minuten’
Welke opstoppingen kunnen er in hemelsnaam zijn ? Het is uitgestorven op het spoor!
Mug met een gebroken poot ? Conducteur verstuikte wenkbrauw ? Inkt in de stempelautomaat is op ? Blaadjes op de rails ?
Inmiddels wordt het kippenhok gekakel gemetamorfeerd door mijn brein in een soort monotoom ruisende gons, die je vast wel herkend van de oorarts : ‘hoort u deze ?’.
Ik vervloek mezelf met een aantal God onterende scheldwoorden dat ik niet met de auto ben gekomen (dat doe ik eigenlijk elke keer als ik met de trein ga), en besluit mezelf niet verder druk te maken en pak mijn boek dat ik heb meegenomen (ja, ik reis vaker met vertraging … uhh … ik bedoel : de NS).
Boven mijn boek geef ik mezelf het spreekwoordelijke klopje op mijn schouder dat ik terug gelopen ben voor het vest, dat ik vergeten was toen ik vertrok. Anderen zijn minder fortuinlijk (reizen waarschijnlijk minder vaak met de trein) en staan inmiddels koukleumend en klappertandend op de trein te wachten.
Eindelijk komt de trein (de trein die al stond te wachten verderop). Ik concludeer hieruit dat de vertraging dus totaal overbodig was, kortom: onwil!
Ik loop naar het einde van het perron (ervaring, zoals gezegd: ik reis vaker met de trein).
Nu wordt het dringen en vechten om een zitplaats. Ik heb er eentje naast iemand kunnen bemachtigen.
En eindelijk, we rijden. Meer progressie dan het afgelopen uur!
Langzaam, heel langzaam gaan we naar het eerste gehucht.
Uit de speaker schalt het net hard genoeg boven het publieke gegons uit: ‘Vanwege overwegstoring rijden we langzamer dan normaal’.
De tijd die volgt duurt tergend langzaam.
Ik prijs mezelf nogmaals om mijn boek, vest en patat actie.
Waar ik minder blij mee ben is het feit dat ik naar het toilet moet, maar er is geen haar op mijn hoofd die er aan denkt om het toilet in de trein te gebruiken.
Als ik er alleen al aan denk wordt ik besprongen door de bacteriën, daarbij kan de kletterende rails onder die pot kan mij niet bekoren (het leidt af van de werkelijke daad).
Ik wordt nog liever dood gevonden naast een Andre Hazes CD of erger nog: een CD van die twee volendamse nepnichten: Pick & Pimol.
Mijn buurman naast me zit inmiddels te knikkenbollen.
Gehucht na gehucht, dorp na dorp, weiland na weiland, lantaarnpaal na lantaarnpaal (het is stikdonker dus je ziet niet welk station de blauw met gele bus geparkeerd is).
De trein rijdt onvermoeibaar stapvoets verder.
Ik moet nu echt heel nodig naar het toilet en mijn buurman ligt inmiddels tegen me aan een boom om te zagen.
Na elke koe en schaap wordt het gegons in de trein gelukkig minder (omdat volk de trein verlaat) en kan ik stukje bij beetje mijn eigen gedachten weer horen.
Ik kan niet wachten tot ik in mijn warme zachte bedje ligt. Mijn buurman ook niet, want die heeft inmiddels zijn hoofd op mijn linker schouder geparkeerd en ronkt rustig verder.
Boompje, struikje, lantaarnpaal.
Ik moet intussen piesen als een olifant.
Het (hopelijk) laatste gehucht en dan zijn we weer in de grote stad, eindelijk weer bewoonde wereld.
Mijn buurman hangt inmiddels kwijlend boven mijn boek dat ik op schoot heb gelegd omdat hij met ongecontroleerde bewegingen al bijna 2 keer mijn boek uit handen geslagen heeft. Mijn boeklegger is daardoor SPOORloos verdwenen.
Ik ben blij dat ik op het perron sta. Mijn oren tuten van het gegons.
Twee uur na oorspronkelijke aankomsttijd heeft mijn buurman een heel bos gerooid en ben ik op plaats van bestemming.
Het had niet lang geduurd of mijn blaas was uit elkaar geklapt en de schoonmaakploeg had de urine van het raam kunnen zemen.
Het is inmiddels half 3, ik wil nu echt heel graag naar mijn bedje toe.
‘Opeens heb je het! je gaat met de auto!’.

Vierdaagse verhalen

Vierdaagse verhalenHet evenement wat ik mee organiseer met de vierdaagse heeft inmiddels een vaste klantenkring opgebouwd met mensen uit verschillende hoeken en gaten van de wereld.
Het mooie aan de vierdaagse vind ik wel de verhalen van deze mensen, of de verhalen achter deze mensen.
Zo wil ik graag het verhaal met je delen van P. die ik voor het gemak even Peter noem.
Peter is een die-hard vierdaagse loper en loopt al jaren stug de wandelmarsen mee, al is hij dik in de 60.
Ieder jaar komt Peter met handen en voeten in zijn hakkelige Engels een praatje maken met me.
Peter komt uit Denemarken en reist ieder jaar per vliegtuig naar Nederland om mee te lopen en …… om mijn ex F. (voor het gemak Fabiënne) te zien.
Het eerste jaar dat Peter de zaal binnenkwam raakte hij in gesprek met Fabiënne.
Peter, die dansvaardig niet goed onderlegen was, wilde graag met Fabiënne dansen.
Sindsdien is Peter weg van Fabiënne en komt hij ieder jaar informeren waar Fabiënne is en of ze nog een keer met hem wil dansen.
Ieder jaar, tot op de dag van vandaag ….
Ook het verhaal van C. (die ik Colijn noem) is er een voor in de geschiedenisboekjes.
Vanaf het allereerste begin waren Colijn en aanhang van de partij, ze horen inmiddels bij het meubilair.
Colijn is afkomstig uit een klein dorpje in de buurt van Nijmegen.
Ieder jaar ontmoet ze een Canadese militair die de vierdaagse mee loopt.
’s Avonds gaan ze gezellig met z’n tweeën de stad in en lekker swingen met z’n tweetjes (want dansen kunnen ze beiden niet), het is altijd een feest om die twee te zien.
Of ze een relatie hebben is gissen, maar ik weet wel dat het eens per jaar er zeer romantisch aan toe gaat.
Colijn heeft een keer met een interview in de Gelderlander gestaan. H. (die ik voor het Hans noem) heeft het stukje uitgeknipt en op mijn platenkoffer geplakt.
Colijn heeft me drie jaar lang aangekeken, totdat ze er vanaf viel omdat ze niet meer plakte.
Dat was ook het jaar dat beiden verstek lieten en we van de organisatie fluisterden of het uit was, of misschien wel iets ernstigs aan de hand was (ze hebben Sara en Abraham inmiddels wel gezien).
Tot mijn geruststelling waren ze dit jaar weer van de partij en dat betekent dat voor mij de vierdaagse weer compleet is.

Herrie in de keuken

Herrie in de keukenIk ben niet zo’n keukenprins, alhoewel ik wel een princess heb (sappig detail want ze bemoeit zich met het persen van citrusvruchten – ik heb het apparaat zeggen-en-schrijven 2 keer gebruikt omdat het zo’n klote klus is om het ding spleetje voor spleetje te flossen), sterker nog, ik vind dat ik al uitgebreid gekookt heb als ik 20 minuten op mijn pizza moet wachten die ik in de oven schuif.
Het begint al bij het eerste proces : boodschappen doen.
Als ik ergens wel een godsgloeiende tyfushekel is het dat wel.
In mijn nieuwe woning zit alleen de Albert Hein op loopafstand.
Het is een kleine AH winkel waar alles steevast te duur is, maar wel 45 soorten jam hebben waar je niet om gevraagd hebt (zoals Toon Hermans zo mooi bezong).
In-de-weg-lopen is verworden tot nationale hobby. Niet alleen op straat, maar met name in de supermarkt en de Ikea.
Volgens mij wordt het NK-in-de-weg-lopen gehouden in een Albert Hein (waarschijnlijk op zaterdagmiddag).
Zoals gezegd is het in de Ikea ook regelmatig feest: men gaat midden in het gangpad stilstaan en wijzen naar de toekomstig-zelf-in-elkaar-te-zetten-Zweedse-römmel. Het mooiste is nog dat men kwaad wordt omdat je er achterop botst omdat ZIJ niet uitkijken!
En dan ook nog sarcastisch informeren: “moet u erdoor ?”
“Nee, ik sta voor mijn lol al 3 kwartier schijnbewegingen te maken om je te passeren”.
Tegenwoordig sjees ik door de supermarkt, om om te lopen om net dat ene rek eerder te zijn dan het niet oplettende schaap wat net voor me liep.
Maar ik sjees ook omdat ik weet wat ik hebben moet en ga niet in het gangpad ga staan op het moment dat ik iets pak of sta te bestuderen.
Nu moet je in de Albert Hein ook wel onnodig extra studeren omdat ze er een handje van hebben om wettelijk gestelde regels aan hun blauw met witte Ahold-laars te lappen. Dat mag je alleen als je de grootste bent en een leuke man voor je reclamespotjes inhuurt (ik hoop dat je cynische ondertoon hoort).
Ten eerste: ze schamen zich voor de hoge prijzen: ze hebben er een handje van om veel producten gewoonweg daarom niet te prijzen. Je moet als je afgerekend hebt van het bonnetje maar aflezen wat de melk en de worst kost. Ter voorkoming van het hartaanvallen in de AH (wegens het schrikken van de prijs) heeft men de alom bekende scanpaal (lees: schandpaal) maar weggehaald.
Ten tweede: staat er niet op alle producten een prijs per kilogram vermeld (vlees bijvoorbeeld) zodat je niet makkelijk een snel en goed vergelijk kan maken.
Ten derde: als je een BTW bon wil hebben moet je naar de klantenservice. Daar delen ze het totaalbedrag door 1,19 en klaar is kees. Terwijl de meeste producten voor 6% over de toonbank gaan in plaats van 19%.
Wettelijk gezien moet Albert dan ook het BTW bedrag afdragen dat op de bon staat, dus die 19%. Denk je dat dat gebeurt ? (heel gek dat boekhoudschandaal van een aantal jaren gelegen).
Nu we het toch over prijzen van de Zaanse grootgrutter hebben. Is het je wel eens opgevallen dat je geen pijl kan trekken op het prijsbeleid ? De enige lijn in het prijsbeleid is dat je chronisch schandalig teveel betaalt.
Voorbeeld met thee: 20 zakjes van 40g is 29 cent. Wanneer je de eenmanszakjes wil hebben betaal je voor de helft minder meer dan twee keer zo veel: voor 20 zakjes 20g thee betaal je 69 cent.
Maar om terug te komen op het eten: ik wil eten op het moment dat ik honger heb.
Als ik honger heb als ik sta te koken, heb ik de helft van de maaltijd al naar binnen voordat het op mijn bord beland.
Ik kook daarom preventief, nog voordat ik honger ga krijgen.
Ik ga niet alleen voor mezelf uitgebreid kokkerellen.
Mijn ouders hebben dit na 3 jaar inmiddels door.
Waar ik voorheen mijn vader haatte omdat deze de left-overs van de week ervoor nog gebruikte in de maaltijd van die dag, worden mij deze nu goedbedoeld alsnog (weliswaar ingevroren) in de maag gesplitst.
Tegenwoordig vind ik het best: ik hoef weer een dag niet te koken.

Verhuisperikelen (2) – psychische aandoeningen en de 3 maanden regel

Verhuisperikelen (2) - psychische aandoeningen en de 3 maanden regelIk ben vandaag overvallen.
Het was een tragische ervaring waar ik psychisch nog jaren last van zal hebben.
Het beeld van dat moment zal me achtervolgen en bijblijven tot de dood mij scheidt van dit aardse leven.
Uren aan psychische zorg zal nodig zijn om mijn weer leven enigszins dragelijk te maken en me te behoeden voor doodsoorzaken anders dan de natuurlijke dood, te wijten aan zelfinflictie.
Ik ben dan wel niet overvallen door een of andere maffe Harry op straat (of de ‘vrolijke’ buurman beneden mij) met een mes of schietapparaat, maar door rotzooi.
Intens veel rotzooi.
Extreem veel rotzooi.
En schuldgevoel.
Het grijpt me naar de keel, wordt benauwd, wordt bang
Alle ik-kom-je-helpen-beloftes ten spijt, heeft iedereen als het puntje bij het paaltje komt -jammergenoeg- net even wat anders te doen op het moment dat ik een hulpkreet slaak (hoor je de cynische ondertoon ??).
Mijn huis is een rotzooi, mijn hoofd is een rotzooi, mijn leven is een rotzooi.
“Accepteer het maar” zegt iedereen, “het hoort bij een verhuizing”.
Maar ik kan het niet accepteren.
Mijn huis is een puinzooi. Overal dozen, leeggeruimde spullen die ergens neergezet zijn met de gedachte “die moet ik dadelijk ergens opruimen omdat ik ze anders kwijt raak”.
Maar dat heb ik inmiddels bij zoveel spullen gedacht, dat het weer een puinzooi wordt en ik ze nou JUIST kwijt raak..
Ik verdrink in de rotzooi. Als ik terplekke ter aarde zou storten, zou het ambulancepersoneel zich een weg moeten banen door een jungle van rotzooi om een Fort Knox (van dozen waar rotzooi ingepakt is) heen.
Een oerwoud waarin een nietje in je voet bijt van het doosje wat ik liet vallen bij het uitruimen van mijn bureaula (is het je wel eens opgevallen dat die dingen zich weten te verstoppen in de meest onopvallende en donkere plekjes van je huis ?).
Of je in je kuit gegrepen wordt door het schemerlampje dat net niet meer in die ene doos paste.
Of dat je de lianen van de uit-het-plafond-hangende-stroomdraden moet ontwijken van de lamp die je net verwijderd hebt (en die nu op een doos ligt met de intentie om ‘m in de volgende doos op te bergen).
Of dat je je scheen stoot tegen het studentikoze dartbord dat rondslingert, omdat het eigenlijk in geen enkele doos past en ik het niet over mijn hart kan verkrijgen deze bij het vuilnis te zetten.
Ik heb gemerkt dat ik last heb van bewaarzucht.
Voor 23m2 is dat een vervelende aandoening kan ik je vertellen.
Ik wil geen oude rommel meer mee kruien naar mijn nieuwe hut, dus er moet opgeruimd worden.
Ik probeer de stelregel te hanteren: alles wat ik in drie maanden niet gebruikt heb of in de komende drie maanden niet zal gebruiken, gooi ik weg.
Tientallen vuilniszakken met rotzooi heb ik mijn keet uit gekruid (dat is niet overdreven) naar aanleiding van de 3 maanden-regel.
Dit leidt echter voornamelijk tot grote dilemma’s.
Sommige dingen hebben nou eenmaal een sentimentele waarde of er kleeft een schuldgevoel als je ze bij het grofvuil dondert: “deze zijn van je grootvader geweest”.
“Je grootvader heeft deze altijd bewaard om aan zijn kleinkinderen te geven zodat deze er nog wat aan hebben”.
Tot dat alles klaar is moet ik nog hordelopen om aan de andere kant van de kamer te komen, zoeken in welke plastic zak ik mijn sokken ook-al-weer gestopt heb, en moeten vloeken omdat ik met mijn kleine teen tegen de doos aanschop die ik net verzet heb om mijn sokken te kunnen pakken.

The Pax Stordal adventures

The Pax Stordal adventuresWaarom staat er geen Ikea in Staphorst ?
Omdat je Ikea kasten niet zonder gevloek in elkaar krijgt!
Deze grap kreeg ik deze week naar mijn hoofd geslingerd toen ik met tig kilo zware deur van mijn kledingkast op mijn rug door het nauwe trapportaal navigeerde van mijn nieuwe stulpje.
De grap van het gevloek is cliché maar daarom des te meer de waarheid.
Met veel pijn en moeite heb ik destijds mijn Ikea kleding kast in elkaar gezet, maar met verhuizen moet het ding natuurlijk weer uit elkaar.
En inderdaad, dat ging niet zonder de nodige verwensingen aan de het adres van onze lieve Heer.
Een avond kostte het om het apparaat uit elkaar te halen.
Om meer gevloek en een halve dag te besparen hebben we besloten de grote glazen kastdeuren niet uit elkaar te halen en in zijn geheel te vervoeren. Tenslotte, waar moet je het glas laten ?
Bij het in elkaar zetten van mijn kledingkast:
“mmm, dat zijn wel heel veel verschillende schroefjes, en waar zijn deze klemmetjes voor ? Wat is dit eigenlijk ? Waar is de handleiding ?”
“Ergens in een doos, maar weet niet welke”
En op www.ikea.nl is geen handleiding terug te vinden!
Na de handleiding van ikeafans.com gedownload te hebben en de kast in elkaar gezet te hebben, bleek dat het rol systeem van de glazen deuren ergens aanloopt.
Eenmaal bij de Ikea service balie aangekomen:
D: “Heeft u ook de beugels met de wieltjes voor de Pax Stordal kleding kast ?”
I: “De Pax wattes ?”
D: “De Pax Stordal”
I: “Wel ooit van gehoord, maar weet niet wat het is”
D: “Dat is een kledingkast met 2 glazen duren, het wieltje van de linker beugel loopt aan”
Vervolgens wordt de Ikea bijbel erbij gepakt (dat is de gids die wij allen in ons brievenbus krijgen).
In het dikke naslagwerk is de kast spoorloos verdwenen.
I: “Bedoelt u de Pax Lingdal ?”
D: “Nee, Pax Stordal, maar hij ziet er wel hetzelfde uit als ik zo dit plaatje zie”
I: “De Pax Stordal bestaat niet, ik denk dat u de Pax Lingdal bedoelt”
Je snapt hoe deze conversatie zich verder ontwikkelt tot op het niveau van: “Ik ben toch niet gek ?”.
Ernstig aan mezelf twijfelend hebben we uiteindelijk de handleiding van de Pax Lingdal erbij gepakt. De goede beugels staan erin.
Nu de vraag: Welke beugel is het ? (links en rechts zijn verschillend).
Nu volgt een conversatie die ik niet waarheidsgetrouw na kan vertellen.
Ik ga het toch proberen: I = Ikea-dame, D= ik, P = Mijn vader.
D: “Het is de linker beugel, dus dat is deze”
P: “Ja, maar je monteert ‘m aan de binnenkant, dus de rechtse”
D: “Nee, want je draait de deur om”
I: “Als je in de handleiding kijkt is het de rechtse”
D: “nee, want je monteert ‘m aan de binnenkant”
P: “Dus de linkse”
D: “Nee, de rechtse”
I: “Je staat er zo voor, dus de linkse” (ze staat tegenover me en beeldt het dus in spiegelbeeld uit)
D: “Dus de linkse”
I: “Nee de rechtse, want je staat zo”
P: “Maar je draait de beugel om”
D: “Maar je draait ook de deur om”
I: “Voor mij links, voor de kijkers thuis rechts”
P: “Dus de rechtse, want je monteert de beugel zo, als de deur zo staat”
D: “Dan is het toch de linkse ?”
P: “Ja, geloof het wel”
I: “In de handleiding staat ie zo”
D: “Ja maar dat is de binnenkant van de deur in de handleiding, je hangt om zo op”
Wederom is de strekking van de conversatie wel duidelijk mag ik aannemen.
De conversatie eindigde uitkomstloos.
Uiteindelijk hebben we de rechter en de linker beugel meegekregen onder het motto : “heeft u in ieder geval de goede”.
Eenmaal thuis gekomen moest ik voor mezelf bewijzen dat ik niet vroegtijdig begin af te takelen.
Op de handleiding staat inderdaad : “pax stordal”.

Niets nieuws

Niets nieuwsWe beuken elkaar nergens meer eens even lekker de hersens in, tenminste niet op plaatsen waar het ongebruikelijk is.
Geert Wilders leeft (tegen verwachting in) nog steeds. Dus ook rellen in (politiek) Den Haag kunnen we voorlopig vergeten.
Zelfs van Saddam Woestijn die voorheen regelmatig het nieuws haalde, hoor je na zijn liquidatie niets meer van (ik vind het niet echt getuigen van karakter).
De kindertjes in Afrika lijden nog steeds honger, maar dat is al jaren zo, niets nieuws, totaal onbelangrijk.
Er is geen nieuws. Er is niets nieuws.
Dus het nieuws gaat over helemaal niets, niets-nieuws dus.
Er is zelfs zo weinig nieuws dat niets-nieuws rubrieken (zoals “4 in het land” en SBS6 heeft ook zo’n het-gaat-helemaal-nergens-over programma) geen zinnig woord te melden hebben.
Het enige wat ze te melden hebben is dat het in Nederland heet is.
Nieuws wat we echt moet weten, want nu snap ik tenminste waarom ik spontaan begin te gutsen als ik de deur uit stap.
Daarbij is iedereen nieuwsmoe:
– ik-koop-een-Ray-Ban-voor-de-zaak-Stoute-Wouter-moe (geef ‘m eens ongelijk, kun je de BTW ook nog aftrekken)
– economisch moe (dat is mijn portemonnee al jaren)
– opmars-van-Geert-Wilders-omdat-al-die-incompetente-mafkezen-elkaar-te-lang-het-hand-boven-het-hoofd-gehouden-hebben-in-Den-Haag-moe (begrijp me niet verkeerd: ik ben geen Wilders-fan, hij heeft me iets te gevaarlijke ideeën)
Of men is Mexicaans grieperig (al was het maar om van het gezeur af te zijn).
Wat natuurlijk wel ‘nieuws’ is, is de dood van de door ons allen beminde Michael Jackson, MJ voor intimi.
“Nee niet weer MJ”
Ja weer MJ!
“We horen niets anders” (ja, zie je wel, nieuwsmoe)
Ik vraag me af wat ik aan mijn kind vertel als hij vraagt wie MJ was ?
(Of kennen we MJ tegen die tijd al niet meer ?)
-Dat hij The King of Pop was ? Althans dat vond hij zelf.
-Dat hij zich vaak als een aap verkleedde ? Of had hij nou een aap? … nou weet ik het niet meer…
-Dat hij ’s ochtends zoveel pillen vrat dat hij niet meer hoefde te ontbijten ?
-Dat hij een van de weinigen was op aard die van huidskleur kon wisselen ?
-Dat hij een soort piepertje had in zijn kruis wat IE-IE deed als hij er met zijn hand dichtbij kwam ?
-Dat hij zoveel ‘cosmetische’ operaties had ondergaan dat zelfs Vanessa er jaloers op was ?
-Dat hij af en toe zijn eigen kind uit het raam hing ? Om hem te laten drogen ???
-Dat hij een voorliefde had voor kleine kinderen ? (of hij er nou wel iets mee gedaan heeft laat ik in het midden).
-Dat hij geen benul van geld had ? Zo verpest door rijkdom dat hij een miljoenenschuld mee het graf in nam ?
-Dat hij geen benul van eigenlijk alles had ? slachtoffer van zijn eigen succes.
-Dat hij zo gek was als een deur ? Of was hij nou ook een deur ? … dat wist hij zelf inmiddels ook niet meer…
-Dat hij zo ver heen was dat hij een speeltuin in zijn achtertuin liet bouwen en zijn bijnaam Wacco Jacko was ?
Toen magere Magere Hein dit tot zich nam en besloot MJ te halen, dacht hij: “Heal the World, make it better place, for you and for me and the entire human race; dat is voor alle partijen het beste”.