Als laatste gekozen met gym

Als laatste gekozen met gymNa een voorstelling van de theatersport vereniging zaten we met z’n allen na te borrelen. Al napratend kwamen we op het onderwerp ‘als laatste gekozen worden met gym’.
Na een rondvraag bleek eigenlijk iedereen daar last van gehad te hebben.
Het is zelfs nog erger : op het NSK (landelijke theatersportcompetitie) liep een poll met de titel : ‘werd jij ook als laatste gekozen met gym ?’.

Ongemerkt heb ik me aangesloten bij de vereniging van mensen-die-als-laatste-gekozen-worden-met-gym. Ik ben er in geluisd !
Maar moet met de schaamrood op mijn kaken bekennen dat ik eigenlijk ook als laatste gekozen werd, aangezien ik slecht ben in balsporten (basketbal, voetbal, korfbal, handbal, badminton, honkbal en volleybal in mindere mate) en je aan mij als bal-sport-speler bijzonder weinig had.
Echte gymnastiek was nooit zo’n probleem: ringen, koprol, trampoline, klimmen, de bok etc.
Ik kan ook bescheiden zeggen dat ik er best wel een beetje goed in was.

Ik vond gym ook leuk, sterker nog : het was het enige vak waar ik zonder al te veel moeite een voldoende kon halen.
Het was ook het vak dat ik het meest gemist heb, toen ik ging studeren.
Ik moest een calorie evenwicht hebben tegen de overheerlijke bere(n)klauwen met satésaus die ik dagelijks verorberde in de kantine van de HTS.
Maar ook een evenwicht voor alle informatica-nerds (yep, I’m one of them) waarmee ik destijds de opleiding volgde.
De enige momenten dat de gymzaal op de HAN gebruikt werd, was voor tentamens…

Zou het misschien ook aan het woord : theaterSPORT kunnen liggen ? Je kunt veel van theatersport zeggen, maar dat het een sport is … nou nee.
Dat je kunt zeggen : ‘doe je ook aan sport ?’
‘ja, theatersport’.
Dan lijkt het tenminste nog wat en hoef je niet te zeggen : ‘nee, ik werd altijd als laatste gekozen met gym’.

Mmm heerlijk dat kerstgevoel

Mmm heerlijk dat kerstgevoelNiets is heerlijker dan in de donkere dagen voor kerst (of met kerst zelf) onder het genot van een kopje warme thee op de bank te kruipen met de 4 B’s (Boek, Bank, Borrel en Blocnote).
En bij een echte kerst hoort natuurlijk ook een echte kerstboom in de kamer.
De heerlijke geur van de dennenboom (lees: Dennis-boom – mijn brrroerrrtje (let op de typische gooise kinderen-voor-kinderen rrr) heeft serieus wel eens aan mijn ouders gevraagd waarom er geen boom naar hem vernoemd was).
Niets is dan ook heerlijker dan de boom opzetten (dat is plastic boom-taal) optuigen dat je handen dan pijn doen van de naalden en je vingers aan elkaar plakken van de hars.
Dat is dat typische kerstgevoel, dat je met je zere klauwen iets vastpakt en dat het aan je vingers blijft plakken : glazen met wijn, potten appelmoes en dat je een blocnote vastpakt en dat je door je vingers van het papier af te halen je de volgende bladzijde uit het blocnote scheurt.
Nou heb ik daar iets op gevonden: van die gele huishoudhandschoenen van Zeeman!
Allebei de euvels (spijkerbedgevoel en plakprobleem) zijn daarmee verholpen.
Het enige nadeel is dat je bij het inzetten van de lichtjes voortdurend met je handschoenen tussen die schuifjes van die lichtjes blijven klemmen omdat je ze aan duwt.
Met die gele handschoenen lijk ik net een verwijfde huishoudnicht die zwaan-kleef-aan staat te spelen met een dennenboom. Het enige wat nog ontbreekt is het hoofddoekje, de polsen op 45 graden en je bovenarm parallel met je bovenlichaam en de tekst ‘niet doen, stoute boom’.

Ik vind van mezelf dat ik best veel geduld heb, maar op een gegeven moment heb ik er genoeg van, want eigenlijk als je het goed gaat bekijken is het zonde van je tijd: als het ding 2 weken gestaan heeft, kun je ‘m weer afbreken aftuigen
Mijn laatste kerstboom creatie heb ik 30 minuten over gedaan inclusief stofzuigen.

Het kerstgevoel is zo’n heerlijk gevoel.
Dat je op zondag ochtend in je huiskamer de kan-kan staat te dansen onder het luidkeels ten gehore brengen van god-onterende scheldwoorden, omdat je met je blote poten in de dennennaalden gaat staan.
En niets is ook heerlijker dat je de boom water geeft en dat je er na een half uur achter komt dat er een plas op de vloer ligt omdat de pot aan de onderkant plasgaatjes heeft.

Aan het kerstgevoel heb je eigenlijk het hele jaar iets: dat je een half jaar later op de plek loopt waar de kerstboom gestaan heeft en dat je vast plakt aan de vloer.
Of dat je het hele jaar door nog naalden vindt op de meest vreemde plaatsen, dat je echt af vraagt : ‘Hoe zijn die hier in hemelsnaam gekomen’.
In de bureaula, in je sok als je die aantrekt (hoe kan dat, die komt net uit de was ??), op het toilet …

Wij waren thuis een gezin van de snoopy ballen.
Ik zal dat even uitleggen: vroeger toen ik klein was wilde ik zo graag mijn eigen kerstboom hebben.
Ik vond dat geweldig: lichtjes en kerstballen. En het liefst wilde ik ze aanraken. Maar dat was redelijk gevaarlijk, want zo’n bal kon vallen of ik kneep ‘m kapot.
Daarom kochten mijn ouders plastic Snoopy kerstballen.
Daarom werd de onderste laag van de kerstboom volgehangen met die plastic ballen.
Snoopy kerstballen zijn net zoiets als een Snoopy Pyjama (die volgens mij iedere vrouw in de kast heeft liggen), maar dat is een heel ander verhaal.
Nu kwam ik thuis met kerst en zag tot mijn stomme verbazing dat de Snoopy ballen het overleefd hebben en 20 jaar na dato nog steeds in de boom hangen.
En waarom zul je denken: nou, mijn ouders hebben een hond. Die neemt het niet zo nauw met een paar centimeter meer of minder naar rechts of links.
Als hij rond de tafel wil lopen, moet hij tussen de boom en de stoelen door.
De hond is meerdere malen tegen de stoelen op gelopen en heeft ontdekt dat dat pijn doet als je niet uit kijkt. Hij neemt in de bocht de liever de kant van de kerstboom dan de stoel.

Maar het kerstgevoel is ook een sociaal gevoel.
Heerlijk met de hele familie rond de plastic neppert.
En dan heerlijk tegen die chagerijnige jambek van je brrroerrrtje (denk aan de rr) en zijn muts (en dan bedoel ik niet het hoofddeksel) aan kijken.
Ik snap wel dat hele familie-vetes worden uitgevochten met kerst. Men moet onder het motto: ‘kerst is een tijd van samen zijn’ verplicht met elkaar opschieten. Ja, dat gaat natuurlijk niet altijd even goed, want over het weer ben je zo uitgepraat.
‘Het is weer geen witte kerst’
‘Nee inderdaad’
Typisch kerstgevoel.

Eigenlijk ben ik blij dat het dit jaar weer voorbij is en dat kerst maar eens per jaar is. Ik heb weer een heel jaar om bij te komen van dat heerlijke kerstgevoel.